Vissen op de Middellandse-Zeespeervis: het roofdier dat naald heet

Elk artikel in deze serie beantwoordt dezelfde vraag: hoe is de visser het roofdier te slim af? Met welk kunstaas, op welke diepte, op welk moment. Bij de Middellandse-Zeespeervis begint het antwoord met een naald. Zijn soortnaam is *belone* — Grieks voor naald — en precies dat woord is ook de geslachtsnaam van de geep, *Belone belone*, die in deze serie een eigen artikel heeft. De spil van dit artikel is daarom: het roofdier dat naald heet. Het gaat om *Tetrapturus belone*, de Middellandse-Zeespeervis — en dat is meer dan een voetnoot: volgens FishBase is hij de enige marlijn die zijn hele leven binnen de Middellandse Zee doorbrengt.

Vier vinnen, één staart — en een naald

De herkomst van de wetenschappelijke namen legt het ETYFish Project vast, een etymologisch register van vissennamen. Het geslacht Tetrapturus (Rafinesque 1810) staat daar als “tetra, four; ptera, fin; ouros, tail” —vier, vin, staart—, “referring to two wing-like caudal keels on each side of caudal peduncle”: bedoeld zijn de twee vleugelachtige kielen aan weerszijden van de staartwortel. De soortnaam belone wordt er in zeven woorden verklaard: “Greek for needle, referring to short, spear-like bill” — Grieks voor naald, naar het korte, speerachtige zwaard. Op dezelfde bladzijde staat ter vergelijking de zwaardvis: Xiphias is de “ancient Greek name for swordfish”, van *xiphias*, zwaard, en *gladius* simpelweg “Latin for sword”. Twee vissen, twee wapens: de een draagt het zwaard in zijn naam, de ander de naald. De familie noteert ETYFish als ISTIOPHORIDAE, “Billfishes and Marlins”, met vijf geslachten en tien soorten — een kleine verwantschap, waarin onze vis de bewoner van de Middellandse Zee is.

Hoe ver de naald reikt, laat de namenlijst van GBIF voor *Tetrapturus belone* zien (sleutel 2397951). Er is een speerkamp: Nederlands “Middellandse-Zeespeervis”, Duits “Mittelmeer-Speerfisch”, Engels “Mediterranean spearfish” en “Mediterranean shortbill spearfish”, Deens “Middelhavsspydfisk”, Russisch “Средиземноморский копьеносец” — de mediterrane speerdrager —, Arabisch “سمك الرمح المتوسطي”, Turks “Akdeniz zıpkın balığı”, de harpoenvis van de Middellandse Zee, en Frans “Poisson-pique”. Er is een marlijnkamp: Grieks “Μαρλίνος Μεσογείου”, Frans “Marlin de Méditerranée”, Spaans “Marlín del Mediterráneo”, Zweeds “Medelhavs-marlin”, Noors “Middelhav-marlin”, Fins kortweg “Marliini”. En er is een naaldkamp: Italiaans “Aguglia imperiale” — met de Siciliaanse vormen “Agugghia ’mpiriale” en “Ugghia ’mpriali” —, Frans “Aguglia impériale”, Spaans “Aguja de pico corto”, de kortsnavelige naald, Kroatisch en Servisch “Iglan”, en Servisch daarnaast “Iglokljun”, de naaldsnavel. In het Portugees heet hij “Espadim-do-Mediterrâneo”, het kleine zwaard; in het Japans “チチュウカイフウライ”.

💣 Vier naamvallen, elk getoetst aan de GBIF-lijsten van de geep (*Belone belone*, sleutel 2369178) en de zwaardvis (*Xiphias gladius*, sleutel 2397850). Het Nederlands heeft hier zelf geen struikelblok — “Middellandse-Zeespeervis”, “geep” en “zwaardvis” staan ver uit elkaar. Zodra je echter een Zuid-Europese haven binnenloopt, gelden ze alle vier. Ten eerste het naaldwoord zelf. Italiaans “aguglia”, Spaans “aguja”, Portugees “agulha” en zelfs Frans “Aguglia” staan daar bij de geep. De speervis heet alleen zo mét toevoeging: *imperiale*, *de pico corto*. En diezelfde Portugese “Agulha” voert GBIF bovendien bij de zwaardvis — één woord, drie vissen, alle drie met een eigen artikel in deze serie. Ten tweede de Balkan. Kroatisch “Iglan” is de speervis, “Iglun” de zwaardvis, “iglica” de geep — drie vissen uit één wortel (*igla*, naald), en tussen Iglan en Iglun ligt één enkele klinker. Ten derde het Albanees. “Peshku shtize” betekent letterlijk speervis — bij GBIF is het de zwaardvis. Voor *Tetrapturus belone* bestaat daar helemaal geen Albanese naam, en geen Sloveense (in het Sloveens is “mečarica” de zwaardvis en “íglica” de geep). Die twee versies van dit artikel noemen de vis daarom beschrijvend en zeggen dat ook ronduit. Ten vierde de bron zelf. Maltees “Pixxispad” staat bij GBIF bij de speervis én bij de zwaardvis; alleen “Pixxispad qasir”, de korte, is de onze. En FishBase schrijft over de Middellandse-Zeespeervis dat sport- en beroepsvissers hem mogelijk voor de witte marlijn hebben aangezien: “may have been identified as T. albidus by anglers and fishermen”. De verwisseling staat dus in het naslagwerk, niet alleen op de kade.

Twee meter veertig, zeventig kilo

De kerngegevens komen van FishBase, waarvan de hoofdbron voor deze soort de FAO-soortencatalogus “Billfishes of the world” van Nakamura (1985) is. De Middellandse-Zeespeervis wordt tot 240 centimeter totale lengte; het hoogste gepubliceerde gewicht ligt op 70 kilogram. De “common length” geeft FishBase met 200 centimeter — ⚠️ maar als OT, een andere lengtemaat dan de totale lengte; de twee getallen zijn daarom niet direct vergelijkbaar, en dit artikel beweert niet dat een gemiddelde vis twee meter lang is. De lichaamsvorm noteert FishBase kortweg als “elongated”, langgerekt. Zijn zee is strak begrensd: “Mediterranean Sea: considerably abundant around Italy” — in de Middellandse Zee, opvallend talrijk rond Italië; uit de Zwarte Zee is er geen bevestigde melding. De IUCN-status is “Least Concern”, beoordeeld op 15 november 2021; voor de mens geldt hij als “Harmless”. De visserij voert FishBase als “minor commercial”, het herstelvermogen van het bestand als “Low” met een verdubbelingstijd van 4,5 tot 14 jaar, en de kwetsbaarheid voor bevissing als matig (45 van 100) — een vis die traag aangroeit.

De enige marlijn die de Middellandse Zee nooit verlaat

De belangrijkste zin voor vissers staat bij FishBase onder “Biology”: “This species is the most common istiophorid in the central basin of the Mediterranean and completes its life cycle inside this sea as far as is known to date” — hij is de meest voorkomende zwaardvisachtige in het centrale bekken van de Middellandse Zee en voltooit zijn levenscyclus, voor zover nu bekend, binnen deze zee. Geen trek naar de Atlantische Oceaan, geen reiziger tussen oceanen: deze marlijn hoort bij de Middellandse Zee. En hij staat niet op de diepte die je bij een snavelvis verwacht: “Probably swims in the upper 200 m water layer, generally above or within the thermocline” — waarschijnlijk in de bovenste 200 meter, meestal boven of in de thermocline, die laag waarin de watertemperatuur plotseling wegvalt. ⚠️ Dat staat op gespannen voet met de omgevingsregel van diezelfde bron, die “Deep-water” en “pelagic-oceanic” luidt, terwijl het dieptebereik op 0 tot 200 meter wordt gezet. Dit artikel neemt beide over en lost het niet op. ⚠️ Even open blijft een tweede tegenspraak in de verspreidingsregel: “No adults have been reported east of the Ionian Sea” staat daar pal naast “Reportedly caught from the Aegean Sea”. Wie in de Egeïsche Zee vist, zou beide moeten kennen.

Wat hij eet — en waarom hij zelden alleen is

De prooi vat FishBase in drie woorden samen: “Feeds on fishes” — hij eet vis. Geen schaaldieren, geen inktvissen in die regel; een roofdier dat roofdieren jaagt. En dan een zin die op het water meer waard is dan welk formaat ook: “Travels in pairs, possibly corresponding to a feeding behavior” — hij trekt in paren rond, mogelijk in samenhang met het foerageergedrag. ⚠️ Dat “possibly” hoort bij de bron en blijft hier staan: waarom de twee samen trekken, is niet opgehelderd. Over de voortplanting is FishBase uitgesproken voorzichtig: “Winter and spring might not be an unreasonable hypothesis for the spawning season of this species” — winter en voorjaar zouden geen onredelijke hypothese zijn voor de paaitijd. Dat is een vermoeden in de voorwaardelijke wijs, geen seizoensopgave, en dit artikel maakt er geen van.

Wat dat op het water betekent

  • De bovenste tweehonderd meter zijn zijn terrein. FishBase plaatst hem boven of in de thermocline. Wie weet waar de watertemperatuur wegvalt, kent de laag die de bron beschrijft — StrikeAhead toont je watertemperatuur en omstandigheden voor jouw stek.
  • Twee in plaats van één. Hij trekt in paren. Eén aanbeet betekent niet per se één vis.
  • Vis eet vis. De bron noemt uitsluitend vissen als prooi. Welke aasmaat of methode vangt, zegt geen van de gelezen bronnen; dit artikel belooft er geen.
  • Italië is het centrum. “Considerably abundant around Italy” is de duidelijkste plaatsaanduiding van de bron. Ten oosten van de Ionische Zee wordt het dunner — met de open tegenspraak van de Egeïsche regel.
  • De naam misleidt, het zwaard niet. Een kort, speerachtig zwaard scheidt hem van de zwaardvis, en het formaat scheidt hem van de geep. Zegt iemand “aguglia”, “Iglan” of “agulha”, vraag dan naar het tweede woord.
  • Een vis die traag aangroeit. FishBase noemt het herstelvermogen “Low” en een verdubbelingstijd van 4,5 tot 14 jaar. Dat is een argument voor zorgvuldig behandelen en voor terugzetten — en een keuze die de jouwe blijft.
  • Controleer de regels zelf. Minimummaten, vangstlimieten en gesloten tijden verschillen per land en veranderen — de bevoegde instantie is bepalend; dit is geen juridisch advies.

De Middellandse-Zeespeervis is het roofdier dat naald heet: een Grieks woord voor een kort zwaard heeft hem verweven met de geep, de zwaardvis en een half dozijn kusttalen — en daarachter staat een vis die zijn hele leven in één enkele zee doorbrengt. StrikeAhead leest omstandigheden en diepte en leert van je vangsten; de app vertelt je wanneer het de moeite waard is, en StrikeAhead Pathfinder vertelt je met wie je onbekend water opgaat — gecureerd, persoonlijk gecontroleerd, met geverifieerde vangsten in plaats van reclamefoto’s, zonder betaalde ranking en voor jou als visser zonder bemiddelingskosten.

Vis op het juiste moment →