Bronforel: de Amerikaan die sinds 1884 in Europa's koude beken staat

In het jaar 1884 kwam hij volgens de Duitstalige Wikipedia uit Noord-Amerika naar Europa — en sindsdien staat hij in koude beken en bergmeren waar hij nooit thuishoorde. In het Engels heet hij forel, maar dat is hij niet: hij is een ridder (een zalmachtige uit het geslacht *Salvelinus*). Dit artikel gaat over de bronforel, *Salvelinus fontinalis* — in het Engels brook trout (ook brook charr, speckled trout en brookie), in het Duits Bachsaibling, in het Frans omble de fontaine (ook saumon de fontaine en truite mouchetée), in het Italiaans salmerino di fontana, in het Spaans trucha de arroyo, in het Portugees truta-das-fontes (GBIF), in het Deens kildeørred (GBIF), in het Zweeds bäckröding, in het Noors bekkerøye, in het Fins puronieriä, in het Russisch американская палия, in het Kroatisch en Sloveens potočna zlatovčica, in het Albanees trofta e përrenjve (GBIF), in het Japans カワマス en in het Arabisch لفاشة الينابيع (Wikidata); voor het Grieks vonden we noch in Wikidata noch in GBIF een eigen naam, en de Turkse vorm die GBIF vermeldt, konden we niet als gangbaar bevestigen. Hij is een roofvis van koud, helder water. Hier lees je hoe je hem herkent, wat hij eet, wanneer hij paait — en waarom hij bij ons een vreemdeling is.

Een ridder die forel heet

Hij werd in 1814 beschreven door de natuuronderzoeker Samuel Latham Mitchill, als *Salmo fontinalis* (Engelstalige Wikipedia) — dus eerst in het geslacht van de zalmen en forellen. Later werd hij bij de ridders ingedeeld, in het geslacht *Salvelinus*; daartoe behoren ook de beekridder (*Salvelinus alpinus*, Engels Arctic char) en de Amerikaanse meerforel (*Salvelinus namaycush*, Engels lake trout). De soortnaam *fontinalis* is volgens de Engelstalige Wikipedia Latijn en betekent „van een bron” — en inderdaad beschrijft FishBase zijn leefgebied als heldere, koele, zuurstofrijke beken, kleine tot middelgrote rivieren en meren. Dat hij in het Engels toch trout heet, is een erfenis uit de tijd vóór de herindeling: de naam bleef, het geslacht veranderde.

Zo herken je hem

FishBase noemt een combinatie waaraan hij met zekerheid te herkennen is: een donkergroene marmering op de rug en op de rugvin — en rode stippen met een blauwe rand op de flanken. De kleur varieert, maar is meestal groen tot bruinachtig, met lichtere wormvormige lijnen op de rug die doorlopen tot in de rugvin en soms in de staartvin; de flanken dragen talrijke lichte vlekken en enkele rode. Het tweede zekere kenmerk zit aan de onderste vinnen: anaalvin, buik- en borstvinnen hebben volgens FishBase een witte voorrand, daarachter een donkere streep, en de rest is roodachtig. De staartvin is bijna recht of slechts licht ingesneden. In de paaitijd kleuren de onderste flanken en vinnen rood; dieren die naar zee trekken, zijn van boven donkergroen, aan de zijkanten zilverig en hebben alleen nog bleekroze stippen.

  • Lengte: volgens FishBase maximaal 86 cm (standaardlengte), gebruikelijk 26,4 cm; in Europa ligt de gemiddelde lengte in het wild volgens de Duitstalige Wikipedia zelden boven 35 cm.
  • Gewicht: het hoogste gepubliceerde gewicht is volgens FishBase 8,0 kg; in Europa wordt hij volgens de Duitstalige Wikipedia meestal niet zwaarder dan 1 kg.
  • Leeftijd: volgens FishBase tot 24 jaar — maar de meeste dieren worden volgens de Engelstalige Wikipedia slechts 3 tot 4 jaar oud.

Waar hij leeft

Zijn thuis is volgens FishBase het oosten van Noord-Amerika: bijna heel Oost-Canada, van Newfoundland en Labrador tot de westkant van de Hudsonbaai, en zuidwaarts in de stroomgebieden van de Atlantische Oceaan, de Grote Meren en de Mississippi tot Minnesota en door de Appalachen tot in het noorden van Georgia. Van daaruit is hij volgens FishBase wijd verspreid — binnen Noord-Amerika en naar de gematigde zones van andere continenten. Hij leeft volgens FishBase bij temperaturen van 0 tot 25 °C; de Engelstalige Wikipedia noemt 1 tot 22 °C als typisch en beschrijft warme zomers met weinig water als stress, vooral voor grote vissen. Opvallend is zijn tolerantie voor zuur water: volgens de Engelstalige Wikipedia leeft hij doorgaans bij een pH van 5,0 tot 7,5, in extremen van 3,5 tot 9,8 — en volgens de Duitstalige Wikipedia verdraagt hij lage pH-waarden beter dan de inheemse beekforel. Naast stromend water bewoont hij volgens de Duitstalige Wikipedia ook stilstaand water zoals bergmeren.

Wat hij eet

Volgens FishBase eet hij bijna alles wat in een beek valt of erin leeft: wormen, bloedzuigers, kreeftachtigen, insecten — waaronder dansmuggen, kokerjuffers, kriebelmuggen, eendagsvliegen, steenvliegen en libellen —, weekdieren, vissen en amfibieën, en zelfs kleine zoogdieren. De Engelstalige Wikipedia noemt woelmuizen als voorbeeld en voegt eraan toe dat hij af en toe jonge soortgenoten eet. Volgens de Duitstalige Wikipedia zijn in de zomer anvliegende insecten zoals sprinkhanen belangrijk, en grotere exemplaren jagen op vis, ook van de eigen soort. FishBase plaatst hem op trofisch niveau 3,3.

Paaien in de herfst, in bronwater

De bronforel paait volgens de Engelstalige Wikipedia in de herfst. FishBase beschrijft de balts: het mannetje probeert een vrouwtje naar geschikt paaigrind te drijven; het vrouwtje kiest de plek en graaft een paaikuil, terwijl het mannetje naast haar heen en weer schiet, trilt en haar met zijn vinnen aanraakt — maar de meeste tijd besteedt hij aan het verjagen van andere mannetjes. Volgens de Engelstalige Wikipedia graaft het vrouwtje de kuil op een plek waar grondwater omhoog door het grind sijpelt; de eieren halen hun zuurstof uit het water dat door het grind stroomt. Een vrouwtje legt tot 5.000 eieren; ze liggen de winter over in het grind en komen na 4 tot 6 weken uit. FishBase schat zijn veerkracht als gemiddeld in: een populatie heeft 1,4 tot 4,4 jaar nodig om zich te verdubbelen.

Salters en coasters: de trekkers

Niet elke bronforel blijft in de beek. Sommige dieren, in Noord-Amerika salters genoemd, trekken volgens FishBase in het voorjaar, als het water in de beek warmer wordt, naar zee — maar komen nooit verder dan een paar kilometer van de riviermonding en blijven er tot drie maanden. Volgens de Engelstalige Wikipedia keren ze in de nazomer of herfst terug om te paaien. In het Bovenmeer (Lake Superior) leven de coasters: populaties die volgens de Engelstalige Wikipedia in het meer leven, langer leven, roofzuchtiger zijn en om te paaien de zijrivieren in trekken.

Kruisingen: tijgerforel, splake, Elsässer Saibling

  • Tijgerforel: kruising van bronforel en beekforel — volgens de Duitstalige en Engelstalige Wikipedia steriel; de Engelstalige Wikipedia noemt hem bijna altijd onvruchtbaar en schrijft dat hij vanwege zijn snelle groei voor uitzettingen wordt gebruikt.
  • Splake: kruising van bronforel en Amerikaanse meerforel — volgens de Engelstalige Wikipedia vruchtbaar, maar met zeer beperkte natuurlijke voortplanting.
  • Elsässer Saibling (Duitse naam, letterlijk „Elzasser ridder”): volgens de Duitstalige Wikipedia een kruising van bronforel en beekridder.

Een vreemdeling in de beek

In zijn thuisgebied is hij een vis van de bronnen — in Europa is hij een uitgezette exoot. FishBase vermeldt dat meerdere landen na zijn introductie negatieve ecologische gevolgen melden, en noemt hem een potentiële plaag. Volgens de Engelstalige Wikipedia kan een uitgezette bronforel inheemse soorten verdringen, opeten en zich met ze kruisen; in de noordelijke Rocky Mountains draagt hij bij aan de achteruitgang van de inheemse cutthroatforel, en in Europa heeft hij de groei van de inheemse beekforel aangetast. De Duitstalige Wikipedia raadt daarom aan deze soort niet uit te zetten, om bestaande ecosystemen niet te verstoren. Wereldwijd geldt hij volgens de IUCN als niet bedreigd (Least Concern; volgens FishBase beoordeeld op 1 augustus 2021), hoewel de inheemse bestanden volgens de Engelstalige Wikipedia sinds de 19e eeuw zijn afgenomen. Hij wordt op veel manieren benut: FishBase noemt hem als sportvis, in de commerciële aquacultuur en als proefdier, en de Duitstalige Wikipedia noemt hem een geliefde kweeksoort. Gesloten tijd, minimummaat en meeneemregels verschillen per land en per water — die controleer je zelf vóór het vissen, bij de waterbeheerder, de hengelsportvereniging, de visserij-instantie of je gids.

Vier tegenstrijdigheden, gewoon laten staan

  • Hoe zwaar wordt hij? FishBase: maximaal 8,0 kg. De Engelstalige Wikipedia: het zwaarst gedocumenteerde dier woog 6,6 kg, het IGFA-record staat op 6,57 kg.
  • Hoe oud wordt hij? FishBase: tot 24 jaar. De Engelstalige Wikipedia: minstens zeven jaar, uitgezette dieren in Californië tot 15. De Duitstalige Wikipedia: onder natuurlijke omstandigheden acht tot tien jaar.
  • Hoe lang wordt hij? FishBase: 86 cm standaardlengte — dus gemeten zonder staartvin. De Engelstalige Wikipedia: 86 cm. De Duitstalige Wikipedia: 85 cm.
  • Wanneer viel het record? Het IGFA-record uit de Nipigon River in Ontario staat in de Engelstalige Wikipedia de ene keer met het jaar 1915 en de andere keer met 1916 — in hetzelfde artikel.

Drie namen die naar de verkeerde vis leiden

  • „Tigerfisch” en „Elsässer Saibling”. GBIF vermeldt deze twee Duitse namen ook voor de bronforel zelf — maar volgens de Duitstalige Wikipedia zijn het kruisingen: de steriele tijgerforel (met de beekforel) en de Elsässer Saibling (met de beekridder). Wie er een van vangt, heeft geen zuivere bronforel aan de haak.
  • „Beekforel”. Let op, want deze naam ligt in het Nederlands het dichtst bij: GBIF vermeldt beekforel ook als naam voor *Salvelinus fontinalis*, maar volgens de Nederlandstalige Wikipedia is de beekforel een heel andere vis, namelijk *Salmo trutta fario* (Engels brown trout). De juiste Nederlandse naam van *Salvelinus fontinalis* is bronforel — beekforel is dus nooit deze soort.
  • „Speckled trout”. Zo heet de bronforel in delen van Noord-Amerika — maar volgens de Engelstalige Wikipedia draagt ook een heel andere vis die naam: *Cynoscion nebulosus*, in het Engels ook spotted seatrout — een zeevis uit de familie van de ombervissen (Sciaenidae).

Blijft de vraag waarmee elk artikel in deze serie begint: wanneer. Leefgebied, prooi en gewoonten staan hierboven, en die liggen vast. Wat elke dag verandert, is al het andere — licht, luchtdruk, wind, watertemperatuur —, en of een dag aan het water de moeite waard is, wordt precies daar beslist. Dat rekent StrikeAhead uit: het neemt de omstandigheden aan jouw water en vertelt je wanneer de tocht de moeite loont. En omdat je een onbekend water, zijn stekken en zijn regels niet vanaf de eerste dag kent, vertelt StrikeAhead Pathfinder je met wie je op pad gaat: zorgvuldig geselecteerde gidsen en schippers, vóór de vermelding persoonlijk gecontroleerd — vergunning en verzekering —, met geverifieerde vangsten in plaats van reclamefoto's, zonder betaalde ranking en voor jou als visser zonder bemiddelingskosten. De app zegt wanneer, Pathfinder met wie.