Zaagbaars vissen: de rover die Spanje geitje noemt

Het vorige artikel in deze serie ging over een vis die naar een schrift is genoemd. Deze is genoemd naar een geit. Carl von Linné beschreef hem in 1758 als *Perca cabrilla* en gebruikte daarvoor een naam die de vissers aan de Spaanse Middellandse Zeekust al kenden: cabrilla. Dit artikel gaat over de zaagbaars, *Serranus cabrilla* — in het Engels comber —, de naaste verwant van de schriftbaars en de vis waarmee die het vaakst wordt verward.

Een geitje met een zaag op het kieuwdeksel

De herkomst van wetenschappelijke namen wordt bijgehouden door het ETYFish Project (pagina van de zaagbaarzen, stand v. 15.0 – 17 augustus 2026). Bij *cabrilla* staat daar: een volksnaam voor deze soort — of vergelijkbare zaagbaarzen — aan de Spaanse Middellandse Zeekust, “probably a diminutive of cabra, Spanish word for goat”: waarschijnlijk het verkleinwoord van cabra, Spaans voor geit. Dus zoiets als geitje. De geslachtsnaam *Serranus* is van Cuvier (1816) en komt van het Latijnse serra, de zaag — volgens ETYFish vanwege het getande voorkieuwdeksel, en wel uitdrukkelijk dat van *S. cabrilla* en *S. scriba*. ⚠️ Waarom een geit, legt geen van de bronnen uit.

De geit in half Europa

De namenlijst van GBIF (sleutel 2388710, 113 vermeldingen, geraadpleegd op 29.09.2026) laat zien hoe ver het beeld is gereisd. Spaans staat er als “Cabrilla” en gewoon “Cabra”, de geit. Het Duits noemt naast “Sägebarsch” ook “Ziegenbarsch”, de *geitenbaars*. Het Frans zelfs meerdere keren: “Serran chèvre”, de zaagbaars *geit*, “Serran-chevrette”, het *geitje*, en “Serran cabrille”, overgenomen uit het Spaans. In het Pools heet hij “Kabryl”. De andere talen gaan hun eigen weg: Grieks “Χάνος”, Turks “Asil hani”, de *edele* hani, Servisch “Kanjac”, Sloveens “Kanjec”, Fins “Pastelliahven”, bij ons in het Nederlands “kammer” en “tandbaars”, de *baars met tanden*, Portugees “Serrano-alecrim” en gewoon “Alecrim” — dat is het Portugese woord voor rozemarijn. ⚠️ Waarom rozemarijn, zegt de lijst niet.

Italië heeft een eigen verhaal. De Italiaanse Wikipedia noemt hem “perchia” en beroept zich daarvoor op het ministerieel decreet nr. 175216 van 16 april 2025, dat de Italiaanse handelsnamen van vissoorten vastlegt. Daarnaast noemt ze regionale namen: sperga in Veneto, bolaxo in Ligurië, boccaccia in Toscane, precchia in Campanië, sirrania op Sicilië. Eén vis, vijf kusten, vijf namen.

Zo herken je de zaagbaars — en onderscheid je hem van de schriftbaars

De Engelse Wikipedia beschrijft hem als relatief gedrongen, met een grote kop en krachtige kaken. De kleur loopt van lichtbruin via donkerbruin tot een krachtig roodbruin. Op de flanken staan zeven tot negen donkerdere dwarsbanden, en die worden onderbroken door een lichte, witte tot geelachtige lengtestreep die van kop tot staart loopt. Opzij op de kop zitten enkele gele of oranje lengtelijnen. De staartvin is licht recht afgesneden, en in het water ligt de eerste rugvin meestal plat neergeklapt.

  • De lengtestreep: een lichte streep van kop tot staart die de donkere dwarsbanden kruist — dat is het kenmerk van de zaagbaars.
  • De koplijnen: geel of oranje en in de lengte lopend. De schriftbaars heeft daarentegen blauwe, golvende lijnen — zijn “schrift” — en een violetblauwe buikvlek, die de zaagbaars niet heeft.
  • De banden: bij de zaagbaars zeven tot negen, bij de schriftbaars volgens Wikipedia vijf tot zeven.
  • De grootte: FishBase noemt 40 cm standaardlengte als maximum, gebruikelijk is 25 cm. Dat is iets meer dan bij de schriftbaars.

Waar hij staat en wat hij eet

  • Verspreiding: volgens FishBase de oostelijke Atlantische Oceaan van Het Kanaal zuidwaarts rond Kaap de Goede Hoop tot Natal in Zuid-Afrika, met de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden, plus de Middellandse Zee, het westen van de Zwarte Zee en “possibly” de Rode Zee. Het kader loopt van 57° noord tot 35° zuid. Voor Groot-Brittannië noemt Wikipedia de warmere wateren in het zuiden en zuidwesten van Engeland en voor de kust van West-Wales.
  • Diepte en bodem: FishBase geeft 5 tot 500 meter, demersaal, op het plat en de bovenste continentale helling, boven rots, in Posidonia-velden, op zand en slib. Hij gaat dus duidelijk dieper dan de schriftbaars, waarvoor FishBase meestal tot ongeveer 30 meter noemt.
  • Leefwijze: volgens Wikipedia solitair en territoriaal.
  • Prooi: FishBase: “fishes, cephalopods and crustaceans” — vissen, inktvissen en kreeftachtigen. Bij de Canarische Eilanden hing het voedsel volgens een door Wikipedia aangehaalde studie af van de grootte: kleinere exemplaren aten meer krabben, grotere meer garnalen. Elders werden ook kleine vissen, borstelwormen en pijlinktvissen gevonden, en hij eet zelfs dode zeedieren.
  • Rijpheid en water: geslachtsrijp volgens FishBase bij 13,7 cm; de temperatuuropgave loopt tot 26 °C.

Mannetje en vrouwtje tegelijk

Net als zijn verwant met het schrift is ook de zaagbaars een hermafrodiet: volgens Wikipedia hebben geslachtsrijpe dieren eierstokken en teelballen tegelijk en kunnen ze als mannetje of als vrouwtje paaien. Er zijn zelfs gevallen van zelfbevruchting bekend — bij dieren die geen partner vonden om mee te paaien. Gepaaid wordt volgens Wikipedia van mei tot juli.

Hoe je op hem vist — gedacht vanuit de biologie

FishBase vermeldt de zaagbaars als sportvis (gamefish), voor de beroepsvisserij als “minor commercial” en daarnaast in de aquariumhandel; de prijscategorie is “Medium”. Volgens Wikipedia wordt er uit Europese wateren ongeveer 1.000 ton aangeland, gegeten en ook tot vismeel verwerkt. Een handleiding voor de hengel geeft geen enkele bron. ⚠️ Wat volgt is een conclusie uit zijn biologie, geen bronvermelding: een territoriale eenling die boven rots, zeegras, zand en slib staat en tot 500 meter diepte voorkomt, is niet zoals de schriftbaars gebonden aan de ondiepe rotsrand — hij kan dieper en boven opener bodem staan. Een kunstaas dat dicht bij de bodem wordt gevist en op een krab, garnaal of klein visje lijkt, past bij zijn prooipatroon; en omdat hij ook kadavers neemt, werkt ook natuurlijk aas.

⚠️ En een tweede conclusie: de IUCN voert hem als “Least Concern”, niet bedreigd. FishBase schat zijn kwetsbaarheid voor visserij echter op “Moderate to high” (55 van 100) — hoger dan bij de schriftbaars — en de verdubbelingstijd van een populatie op 1,4 tot 4,4 jaar. Minimummaten en gesloten tijden regelt elk land zelf — controleer ze ter plaatse. En wat je niet wilt eten, zet je het best snel terug.

Vier tegenstrijdigheden, open gelaten

  • Hoe diep? FishBase noemt 5 tot 500 meter. Wikipedia beroept zich op de IUCN en schrijft tot 450 meter.
  • Wat eet hij? FishBase: vissen, inktvissen en kreeftachtigen, gelijkwaardig. Wikipedia citeert dezelfde FishBase en maakt ervan: eet “mainly” kreeftachtigen — dus vooral.
  • Hoort de Rode Zee erbij? FishBase: “possibly”, misschien. Vondsten daar golden lang als inwijking vanuit de Middellandse Zee via het Suezkanaal. Een genetische studie (Bos en collega’s, *Marine Biology*, 2020) kwam volgens Wikipedia echter tot de conclusie dat de populatie in de Rode Zee al vóór de aanleg van het kanaal bestond.
  • Vanaf wanneer rijp? FishBase: 13,7 cm. Wikipedia, op basis van een determinatieportaal: 152 mm, dus 15,2 cm. En terloops: FishBase telt 10 stekels in de rugvin, Wikipedia 11.

Zes namen die naar de verkeerde vis leiden

  • “Sägebarsch”. In het Duits is dat niet alleen de naam van deze soort, maar van de hele familie Serranidae — waartoe ook de tandbaarzen en de schriftbaars behoren. En net als bij de schriftbaars zeggen veel namen baars: Ziegenbarsch, tandbaars, perchia, Russisch “Окунь каменный”, Zweeds “medelhavsabborre”, Noors “Abborrkilling”, Fins “ahven”. Met de gewone baars (Percidae) is hij niet verwant.
  • “Schriftbarsch” en “Serran écriture”. Beide staan in de GBIF-lijst van de zaagbaars — maar het zijn de namen van zijn buurman *Serranus scriba*, de schriftbaars. Wie op deze namen zoekt, komt bij de verkeerde vis uit.
  • “Sciarrano”. GBIF geeft voor de zaagbaars als enige Italiaanse naam “sciarrano” — dezelfde naam die het ook voor de schriftbaars geeft. De officiële handelsnaam volgens het decreet is “perchia”.
  • “Bar” en “Bar d'Amérique”. Staan ook in de lijst. Bar is in het Frans echter de gangbare naam van de zeebaars — een heel andere vis uit een andere familie.
  • “Mero bord” en “Garrupa”. Mero is Spaans voor tandbaars, garoupa in het Portugees ook. Beide namen staan bij de zaagbaars — en leiden naar zijn grote verwanten.
  • Vervuilde lijsten. De Engelse GBIF-lijst bevat “Learned Rockfich” — zelfs twee keer, met dezelfde tikfout —, de Franse “Serren-écritue”. Een namenlijst is een verzameling, geen woordenboek.

Blijft de vraag waarmee elk artikel in deze serie begint: wanneer. Bodem, diepte en prooi staan hierboven, en die liggen vast. Wat elke dag verandert, is al het andere — luchtdruk en zijn richting, wind, stroming, troebelheid, de afstand tot de schemering. Voor een territoriale rover die op zijn plek blijft, is het tijdvenster het halve werk: de plek blijft, het uur niet. Precies dat rekent StrikeAhead uit — het neemt de omstandigheden op jouw water en vertelt je wanneer de tocht de moeite waard is. En als je het gebied niet kent, vertelt StrikeAhead Pathfinder je met wie je uitvaart: geselecteerde gidsen en schippers, vóór de vermelding persoonlijk gecontroleerd — vergunning en verzekering —, met geverifieerde vangsten in plaats van reclamefoto’s, zonder betaalde ranking en voor jou als hengelaar zonder bemiddelingskosten.

Vis het juiste moment →