Echte bonito vissen: de vis in je blikje tonijn
Open een blikje tonijn en de kans is groot dat er geen tonijn in zit — in elk geval niet in de zin van de zoöloog. Volgens de Engelstalige Wikipedia wordt tot 95 procent van de vangst van deze vis ingeblikt; de Japanse Wikipedia schrijft dat meer dan 80 procent van de wereldvangst in blik gaat en dat 70 tot 80 procent van de grondstof van alle tonijn in blik ter wereld van hem komt. In 2018 werd volgens de Engelstalige Wikipedia 3,2 miljoen ton aangevoerd — de op twee na grootste vangst van alle zeevisserijen, na de Peruaanse ansjovis en de Alaska-koolvis. Dit artikel gaat over de echte bonito of gestreepte tonijn, *Katsuwonus pelamis* — in het Engels skipjack tuna, in het Duits Echter Bonito, in het Spaans listado, in het Italiaans tonnetto striato, in het Frans bonite à ventre rayé, in het Japans katsuo.
Tonijn op het etiket, niet in de systematiek
De Duitstalige Wikipedia zegt het onomwonden: de echte bonito is een van de economisch belangrijkste soorten die als “tonijn” worden verkocht, hoewel hij zoölogisch niet tot de echte tonijnen behoort (*Thunnus*). Hij is de enige soort in zijn geslacht, *Katsuwonus*. De Zweedse Wikipedia noemt hem de meest verkochte vis onder de tonijn in blik; de Noorse Wikipedia schrijft dat tonijn in blik meestal echte bonito of witte tonijn is; de Nederlandstalige Wikipedia schrijft dat de blikjes in Nederlandse en Belgische supermarkten vaak deze soort bevatten. In Frankrijk vult hij volgens de Franse Wikipedia de meeste voorgekookte blikken als “thon listao”; in Japan heet het blik “light tuna” en staat er volgens de Japanse Wikipedia “katsuo in olie” op. De Duitse levensmiddelenwetgeving schrijft de wetenschappelijke naam op de verpakking voor — lees je “Katsuwonus pelamis”, dan heb je een echte bonito in handen.
Een naam uit Japan
Volgens de Duitstalige Wikipedia is de geslachtsnaam een verlatijnsing van het Japanse katsuo; de w komt van de klassieke spelling カツヲ. De Italiaanse en Franse Wikipedia schrijven het geslacht toe aan Kishinouye, 1915; de soort werd in 1758 door Linnaeus beschreven als *Scomber pelamis*. De soortnaam komt volgens de Duitstalige Wikipedia van het Oudgriekse pēlamys — het woord voor jonge tonijn in zijn eerste jaar. De Franse Wikipedia somt 22 synoniemen op, van *Thynnus vagans* tot *Euthynnus pelamis*. En de Japanse Wikipedia leidt katsuo zelf af van katauo, de “harde vis” — en merkt droog op dat de Engelse vertaling “bonito” een vertaalfout is: bonito is het geslacht *Sarda*, niet de katsuo.
Edo en de eerste katsuo van het jaar
Voor Japan trekt de katsuo volgens de Japanse Wikipedia in de lente met de Kuroshio naar het noorden en in de herfst terug naar het zuiden. De eerste vangst van het jaar heet hatsugatsuo, “eerste katsuo” — mager en licht; de terugkerende herfstvis heet modorigatsuo en is vet (Engelstalige en Japanse Wikipedia). In het oude Edo werd de eerste katsuo een rage: in 1812 betaalde de kabukiacteur Nakamura Utaemon drie ryō voor één vis, en een spotvers uit die tijd raadde aan de eerste katsuo te eten, ook als je er je vrouw voor moest verpanden. De vis wordt katsuobushi: gekookt, gerookt, gedroogd en voor de beste kwaliteiten minstens vier keer over meerdere maanden met kōji-schimmel gerijpt — het schaafsel vormt de basis van de bouillon dashi. Nog één curiositeit: voordat insuline in kristallijne vorm kon worden gemaakt, werd ze volgens de Japanse Wikipedia een tijdlang uit katsuo gewonnen.
Zo herken je hem
FishBase beschrijft een spoelvormig, langgerekt lichaam met een ronde doorsnede. De eerste rugvin heeft 14 tot 16 stekels; de tweede volgt na een opening die niet breder is dan het oog en wordt gevolgd door 7 tot 9 vinnetjes, met 7 tot 8 achter de aarsvin. De borstvinnen zijn kort. Schubben heeft hij alleen op het borstpantser achter de kop en langs de zijlijn; aan elke kant van de staartwortel zit een sterke kiel tussen twee kleinere. Het zekerste kenmerk is de kleur: rug donker paarsblauw, onderflanken en buik zilverig met 4 tot 6 zeer opvallende donkere lengtebanden, die bij levende vissen als rijen donkere vlekken kunnen verschijnen (FishBase). De Japanse Wikipedia ziet meer: als de vis opgewonden is, verschijnen op de buik 4 tot 10 verticale strepen; als hij sterft, vervagen die en worden de lengtestrepen zichtbaar. Gelijkende soorten — de fregatmakrelen, *Euthynnus affinis* en *Sarda orientalis* — hebben volgens dezelfde bron geen buikstrepen. Hij heeft geen zwemblaas (Duitstalige en Engelstalige Wikipedia) en moet blijven zwemmen om niet te zinken. Volgens de Engelstalige Wikipedia heeft hij het grootste aandeel bewegingsspieren van alle dieren: 68 procent van zijn lichaamsmassa.
- Grootte: FishBase noemt 110 cm vorklengte als maximum en 80 cm als gebruikelijk; het zwaarste gepubliceerde gewicht is 34,5 kg, de hoogste gemelde leeftijd 12 jaar. Volgens FishBase is hij geslachtsrijp bij ongeveer 41 cm.
- Temperatuur en breedtegraad: 15 tot 30 °C, van 63° noord tot 47° zuid, rond de hele aardbol (FishBase).
Waar hij zit en wat hij eet
- Verspreiding: volgens FishBase wereldwijd in tropische en warm-gematigde zeeën, niet in de Zwarte Zee. Af en toe dwaalt hij naar het noorden af: volgens de Duitstalige Wikipedia wordt hij ’s zomers soms in de Noordzee gevangen, volgens de Zweedse nu en dan in het Skagerrak en het Kattegat; de Italiaanse Wikipedia noemt Groot-Brittannië en soms Scandinavië.
- Diepte: FishBase geeft 0 tot 260 meter. Volgens de Duitstalige en Noorse Wikipedia leeft hij overdag van het oppervlak tot 260 meter diep, maar blijft hij ’s nachts altijd vlak onder het oppervlak.
- Scholen: tot 50.000 vissen (Engelstalige, Nederlandstalige, Finse en Sloveense Wikipedia). FishBase beschrijft scholen aan het oppervlak die met vogels, drijvende voorwerpen, haaien en walvissen meetrekken en die springen, jagen en het water laten schuimen. Japanse vissers onderscheiden volgens de Japanse Wikipedia “walvis”-, “haai”- en “vogel”-scholen. Grote concentraties ontstaan volgens de Duitstalige en Noorse Wikipedia aan de grenzen tussen koud en warm water.
- Voedsel: vissen, kreeftachtigen, koppotigen en weekdieren; kannibalisme komt vaak voor (FishBase). Volgens de Duitstalige Wikipedia eet hij vooral vroeg in de ochtend en laat in de middag.
- Predatoren: grote pelagische vissen (FishBase); de Italiaanse Wikipedia noemt haaien, marlijnen, tonijnen, goudmakrelen en wahoo en daarnaast twee soorten sterns. Volgens de Engelstalige Wikipedia wordt hij vaak als levend aas voor marlijn gebruikt.
Bijna elke dag paaien
In tropische wateren paaien geslachtsrijpe vrouwtjes volgens FishBase bijna dagelijks, in meerdere porties en het hele jaar door; eieren en larven drijven vrij in het water. Hoe verder van de evenaar, hoe korter het paaiseizoen — in subtropische wateren loopt het van de lente tot de vroege herfst (Duitstalige Wikipedia), in de Middellandse Zee alleen in het warme seizoen (Italiaanse Wikipedia). Een vrouwtje van 41 tot 87 cm legt 80.000 tot 2 miljoen eieren per seizoen (Duitstalige Wikipedia). De Engelstalige Wikipedia noemt hem de vruchtbaarste van de belangrijke commerciële tonijnen.
Hoe hij gevangen wordt — en wat je moet weten
Commercieel wordt hij volgens de Duitstalige Wikipedia vlak onder het oppervlak gevangen met ringzegens of hengel en lijn, en slechts bijkomend aan beugen. Voor sportvissers vermeldt FishBase dat hij ook met slepen met licht materiaal wordt gevangen — met pluggen, lepels, veren of reepjes aas; ook de Italiaanse Wikipedia noemt slepen als belangrijkste methode in de sportvisserij. Op de Canarische Eilanden verschijnt hij volgens de Spaanse Wikipedia van de lente tot de herfst en levert hij de grootste tonijnvangst van de eilanden; er wordt op hem gevist met levend aas, veren en sleeplijnen. Op Madeira heet hij volgens de Italiaanse Wikipedia gaiado en wordt hij traditioneel met zout in de zon gedroogd.
⚠️ Wat volgt, is een conclusie uit zijn biologie, geen bronvermelding: een scholenvis die aan het oppervlak jaagt, met vogels meetrekt en vooral ’s ochtends en laat in de middag eet, zoek je niet op een vaste stek, maar vind je — aan de vogels, aan het schuimende water en aan de temperatuurgrens waar de scholen samenkomen.
Drie waarschuwingen uit de bronnen. FishBase en de Nederlandstalige Wikipedia melden gevallen van ciguatera-vergiftiging. De Franse Wikipedia waarschuwt voor histaminevergiftiging als de koelketen onderbroken wordt, en voor parasieten zoals Anisakis — de vis moet snel worden schoongemaakt, zodat de larven niet in het vlees trekken. En de Japanse Wikipedia schrijft dat hij net als makreel snel bederft; hoe hij na de vangst wordt uitgebloed, bepaalt versheid, smaak en geur.
En het bestand? Sinds 15 januari 2021 voert de IUCN de echte bonito als “Least Concern”. FishBase beoordeelt zijn kwetsbaarheid voor visserij als “moderate” (38 van 100) en zijn veerkracht als gemiddeld; een bestand heeft 1,4 tot 4,4 jaar nodig om te verdubbelen. De Italiaanse Wikipedia schrijft dat hij zeer intensief bevist wordt, maar niet als overbevist geldt — al was hij dat vroeger wel. Volgens de Engelstalige Wikipedia draait de controverse vooral om de methode: ringzegens rond visaggregatieapparaten (FAD’s) krijgen kritiek vanwege bijvangst, en daarom vermelden sommige blikjes de vangstmethode. Minimummaten, vangstlimieten en gesloten tijden regelt elk land zelf — controleer ze ter plaatse.
Vijf tegenstrijdigheden, opengelaten
- Hoe groot en hoe zwaar? FishBase: 110 cm vorklengte, 34,5 kg. Engelstalige, Nederlandstalige, Noorse en Portugese Wikipedia: 108 cm. De Spaanse Wikipedia schrijft 110 cm totale lengte — een andere meetwijze. De Japanse: 1 meter en 18 tot 20 kg. De Sloveense: 100 cm en meer dan 20 kg. De Finse: hoogstens 32 kg.
- Hoe oud? FishBase en de Duitstalige, Franse en Nederlandstalige Wikipedia: 12 jaar. De Engelstalige: schattingen tussen 8 en 12 jaar, de leeftijd is moeilijk te bepalen. De Japanse: 5 tot 6 jaar.
- Hoe warm? FishBase: 15 tot 30 °C. De Duitstalige: volwassen vissen bij 14,7 tot 30 °C. De Italiaanse: boven 18 °C, volwassen vissen verdragen niet meer dan 25 °C. De Japanse: voorkeur voor 19 tot 23 °C, de Russische 19 tot 25 °C. De Portugese: volwassen vissen geven de voorkeur aan gemiddeld ongeveer 15 °C. En de larven? FishBase: 15 tot 30 °C — Duitstalige, Noorse en Portugese Wikipedia: minstens 25 °C.
- Zit hij in de Middellandse Zee? FishBase sluit alleen de Zwarte Zee uit, net als de Franse Wikipedia. De Nederlandstalige: hij komt onder andere in de Middellandse Zee voor. Duitstalige, Spaanse, Portugese en Finse Wikipedia: hij ontbreekt in het oostelijke Middellandse Zeegebied. De Italiaanse: niet algemeen in de Middellandse Zee. De Kroatische: alleen in het westen — de Spaanse kust en de Tyrreense Zee — en noemt hem daar een invasieve soort, terwijl FishBase hem wereldwijd als inheems beschouwt. En mijdt hij de kust? De Spaanse Wikipedia: hij komt soms heel dichtbij. De Italiaanse: zelden.
- Hoeveel, en waar gaat het heen? Engelstalige Wikipedia: 3,2 miljoen ton (2018), derde plaats. De Franse: 2,8 miljoen (2006), de Finse 2,8 miljoen (2012), de Noorse 2.523.001 ton (2010). Aandeel in de tonijnvangst: Portugese Wikipedia ongeveer 40 procent, Russische 60 procent. In blik: Engelstalige tot 95 procent, Japanse meer dan 80 procent. En kwik: Engelstalige Wikipedia “moderate” (matig), Finse laag.
Zes namen die naar de verkeerde vis leiden
- “Bonito”. In het Duits, Engels, Spaans en Portugees heet hij vaak gewoon “bonito” — en volgens de Nederlandstalige Wikipedia ook in het Nederlands — maar de bonito in strikte zin is de Atlantische bonito *Sarda sarda*, een andere vis met een eigen artikel in deze reeks. De Portugese Wikipedia waarschuwt uitdrukkelijk dat “bonito” en “gaiado” ook *Sarda sarda* aanduiden. De Engelse GBIF-lijst geeft voor de echte bonito zelfs “Atlantic bonito” — de gangbare naam van *Sarda sarda*.
- “Falscher” en “Unechter Bonito”. De Duitstalige Wikipedia noemt de Unechter Bonito (“onechte bonito”) *Auxis thazard*, die erop lijkt. “Falscher Bonito” (“valse bonito”) is Duits voor de kleine tonijn *Euthynnus alletteratus*. Beide zijn andere vissen — het “echte” in zijn naam is serieus bedoeld.
- “Yazılı orkinos”. De Turkse GBIF-lijst geeft deze naam voor de echte bonito — maar het Turkse Wikipedia-artikel onder precies die titel beschrijft *Euthynnus alletteratus*, de kleine tonijn. “Çizgili orkinos”, de gestreepte tonijn, is minder dubbelzinnig.
- “Palamida” en “pelamide”. GBIF vermeldt “Palamida” in het Italiaans, Albanees en Roemeens, “Pelamit” in het Maltees en “Pelamide” in het Grieks — rond de Middellandse Zee bedoelt men met die woorden meestal *Sarda sarda*. De echo komt van de soortnaam *pelamis*, niet van nauwe verwantschap.
- “Gestreept” en “listado”. Zijn officiële Spaanse naam is “listado”, in de Franse handel “listao”. Maar de Engelse GBIF-lijst heeft ook “striped bonito” (“gestreepte bonito”) — de naam die meestal voor *Sarda orientalis* wordt gebruikt, een verwant van de Atlantische bonito. En de “Gestreifter Thunfisch” (“gestreepte tonijn”) op de Duitse GBIF-lijst is evenmin een *Thunnus* als de “gestreepte tonijn” van de Nederlandse GBIF-lijst, die hem zelfs gewoon “tonijn” noemt — de Nederlandstalige Wikipedia rekent hem uitdrukkelijk niet tot de “echte” tonijnen uit het geslacht *Thunnus*.
- “-gatsuo”. In het Japans dragen veel vissen het woord in hun naam zonder katsuo te zijn: ソウダガツオ zijn fregatmakrelen, ハガツオ is *Sarda orientalis*, マナガツオ een *Pampus*-pomfret — en ニシシマガツオ de braam. Op Hawaï heet hij “aku”, in Indonesië “cakalang”, op de Malediven “kalhubilamas” (Engelstalige Wikipedia).
Blijft de vraag waarmee elk artikel in deze reeks begint: wanneer. Temperatuur, diepte en voedsel staan hierboven, en die liggen vast. Wat elke dag verandert, is al het andere — en juist daar wordt beslist of een ochtend op het water de moeite waard is. Dat berekent StrikeAhead: het neemt de omstandigheden op jouw water en vertelt je wanneer de tocht de moeite waard is. En omdat je een vis van de open zee niet vanaf de kant zoekt, vertelt StrikeAhead Pathfinder je met wie je uitvaart: geselecteerde gidsen en schippers, vóór de vermelding persoonlijk gecontroleerd (vergunning en verzekering), met geverifieerde vangsten in plaats van reclamefoto’s, zonder betaalde ranking en voor jou als visser zonder bemiddelingskosten.