Kousenbandvis vissen: de vis die de maan najaagt

Aan de kust bij Moeraki in Otago, Nieuw-Zeeland, lagen in sommige winters hele scholen zilveren linten in het zand. De Māori noemden de vis pāra en aten hem als hij aanspoelde; gericht gevangen werd hij volgens de Engelstalige Wikipedia meestal niet. Ze geloofden dat de vissen strandden omdat ze de maan najoegen — vroege Europese kolonisten meenden daarentegen dat ze vrijwillig de dood kozen. De Engelstalige Wikipedia houdt een nuchterdere verklaring voor waarschijnlijk: stromingen grijpen de vissen wanneer ze om te paaien dichter naar de kust trekken. Dit artikel gaat over de kousenbandvis of zilveren degenvis, *Lepidopus caudatus* — Engels silver scabbardfish, Italiaans pesce sciabola, Spaans pez cinto, Frans sabre argenté, Portugees peixe-espada-branco, Duits Strumpfbandfisch.

De vis die ’s nachts opstijgt

Helemaal ongelijk hadden de Māori niet: de kousenbandvis is een vis van de nacht. Volgens de Duitstalige Wikipedia houdt hij zich overdag tussen 250 en 750 meter op en trekt hij ’s nachts op tot 50 meter; FishBase schrijft kortweg dat hij ’s nachts naar het middenwater trekt. En hij jaagt volgens de Duitstalige Wikipedia vooral ’s nachts en in de vroege ochtenduren. FishBase vult aan dat hij soms dicht bij de kust opduikt — waar diep water opwelt, komt hij zelfs aan de oppervlakte. In het zand van Moeraki eindigt dus een weg die de vis elke nacht een stukje aflegt.

Een schubvoet zonder schubben

Beschreven werd hij in 1788 door de Zweedse natuuronderzoeker Bengt Anders Euphrasén, een leerling van Linnaeus, als *Trichiurus caudatus* (Duits-, Frans- en Portugeestalige Wikipedia). De geslachtsnaam *Lepidopus* komt volgens FishBase en de Portugeestalige Wikipedia uit het Grieks: lepis, de schub, en pous, de voet — uitgerekend voor een vis waarvan het lichaam volgens de Duits-, Italiaans-, Zweeds- en Russischtalige Wikipedia volledig schubloos is. De bronnen verklaren de naam niet; voor de hand ligt het verband met de piepkleine, gereduceerde buikvinnen. Het soortepitheton *caudatus* betekent “gestaart” en verwijst volgens de Portugeestalige Wikipedia naar de lange staart. De Duitstalige Wikipedia telt elf synoniemen, van *Lepidopus argenteus* tot *Ziphotheca tetradens*. En nog een detail voor de vismarkt: zijn huid raakt zo makkelijk beschadigd, schrijft de Italiaanstalige Wikipedia, dat de vis vaak slecht bewaard lijkt, terwijl hij vers is.

Waaraan je hem herkent

FishBase beschrijft een aalvormig, zijdelings samengedrukt lichaam; de Duitstalige Wikipedia noemt het “zeer sterk lintvormig verlengd”. De rugvin loopt van kop tot staart en heeft 98 tot 110 zachte stralen; de aarsvin heeft 2 stekels en 59 tot 66 zachte stralen, en de tweede stekel is volgens FishBase plaatvormig. De buikvinnen zijn zeer klein, bijna rudimentair; de staartvin is klein, duidelijk afgezet en gevorkt. De kop beslaat volgens de Duitstalige Wikipedia zo’n 12 procent van de lichaamslengte, de ogen zijn groot — zoals bij veel diepzeevissen —, de bek staat schuin omhoog gericht en de onderkaak is iets langer dan de bovenkaak. De tanden beschrijft de Italiaanstalige Wikipedia als lang, zeer spits en snijdend; de Russischtalige telt in de bovenkaak 4 tot 6 en in de onderkaak 1 tot 2 grote vangtanden. Volgens FishBase is hij egaal zilver van kleur. Bij vissen uit de Noord-Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee is de rugvin volgens de Duitstalige Wikipedia over de hele lengte zwartgrijs; vissen van het zuidelijk halfrond hebben volgens de Duitstalige Wikipedia een zwarte vlek in het voorste deel van de staartvin — de Portugeestalige verlegt dat kenmerk naar de rugvin, als zwarte zoom tussen de 3e en de 7e tot 9e straal.

  • Grootte: FishBase noemt 210 cm totale lengte als maximum en 117 cm (standaardlengte) als gebruikelijk; het zwaarste gepubliceerde gewicht is 8 kg, de hoogste leeftijd 8 jaar. Geslachtsrijp wordt hij volgens FishBase bij zo’n 111 cm.

Waar hij zit en wat hij eet

  • Verspreiding: volgens FishBase in de oostelijke Atlantische Oceaan van Frankrijk en het westelijke Middellandse Zeegebied tot Senegal, met de Azoren, Madeira, de Canarische Eilanden en de onderzeese bergen daarvoor; in het zuiden van Namibië tot de Agulhasbank in Zuid-Afrika, bij onderzeese bergen in de zuidelijke Indische Oceaan, voor Australië en Nieuw-Zeeland en voor Peru. Een vondst uit Mexico geldt als twijfelachtig.
  • Diepte: FishBase geeft 42 tot 620 meter op, gewoonlijk 100 tot 300. Hij leeft op het continentaal plat, aan de rand ervan en op de bovenste helling tot 400 meter, meestal boven zand- en slibbodem op 100 tot 250 meter. In de oostelijke Ionische Zee werd hij volgens FishBase op 333 tot 620 meter gevonden.
  • Seizoen en grootte: in de zomer zit hij volgens de Duitstalige Wikipedia dieper dan in de winter, en grotere, zwaardere vissen houden zich ondieper op dan kleine.
  • Scholen: FishBase en de Duitstalige Wikipedia beschrijven hem als scholenvis; de Finstalige Wikipedia spreekt van scholen van meer dan 10.000 dieren, de Russischtalige van zeer snelle zwemmers.
  • Voedsel: kreeftachtigen, kleine pijlinktvissen en vissen (FishBase) — volgens de Duitstalige Wikipedia vooral lichtgarnalen, tienpotigen en kleine vissen zoals *Lampanyctodes hectoris* of *Gadiculus argenteus*, af en toe kleinere soortgenoten. Jonge vissen eten vooral kreeftachtigen, grote vissen vooral vis, en ze jagen vrijer in de waterkolom, terwijl de kleine dichter bij de bodem zoeken. FishBase plaatst hem op trofisch niveau 3,8.
  • Predatoren: andere roofvissen, haaien en roggen en grote koppotigen (Duitstalige Wikipedia); de Italiaanstalige noemt heken, goudmakreel, zeepaling, zwaardvis, haaien, roggen en zeeleeuwen.

Paaien boven de rand van het plat

De geslachten zijn gescheiden. Geslachtsrijp worden de vissen volgens de Duitstalige Wikipedia met 1,5 tot 2 jaar; de Italiaanstalige noemt 97 cm voor mannetjes en 111 cm voor vrouwtjes, beide op zo’n twee jaar. Gepaaid wordt volgens de Duitstalige Wikipedia het hele jaar door, het sterkst tussen voorjaar en herfst, en wel ondieper dan 50 meter boven de rand van het continentaal plat of in open water. De eieren drijven in het plankton, meten gemiddeld 1,7 mm en zijn lichtroze; de Italiaanstalige Wikipedia noemt 1,6 mm en een roze oliedruppel die ze laat drijven. Na ongeveer zes dagen komt er een larve van zo’n 5 mm uit met een doornvormig uitsteeksel achter de kop. Het snelst groeien de jonge vissen in de eerste twee tot vier jaar; de mannetjes groeien iets sneller en worden eerder rijp (Duitstalige Wikipedia), de vrouwtjes worden volgens de Italiaanstalige Wikipedia groter en leven vermoedelijk langer.

Hoe je hem vangt — en wat je moet weten

FishBase deelt hem in als “highly commercial” en vermeldt hem uitdrukkelijk ook als sportvis. Gevangen wordt hij volgens de Duitstalige Wikipedia vanaf schepen met bodemsleepnetten, staande netten en beuglijnen; voor de gerichte visserij gebruikt men aangepaste beuglijnen waarvan het achterste eind met metaal versterkt is. Met beuglijnen vangt men in de zomer duidelijk meer dan in de winter en grotere vissen dan met netten. In het noordwestelijke Middellandse Zeegebied wordt hij volgens de Duitstalige Wikipedia sinds midden jaren 1980 gericht bevist. De Italiaanstalige Wikipedia noemt beuglijnen en ringzegens met lichtbronnen, de Spaanstalige voor de Middellandse Zee sleepnet en beuglijn. In de hengelsport wordt er volgens de Nederlandstalige Wikipedia weinig op gevist.

⚠️ Wat volgt, is een conclusie uit zijn biologie, geen bronvermelding: een vis die ’s nachts opstijgt, ’s nachts en vroeg in de ochtend jaagt, zich met licht laat samendrijven en wiens tanden beroepsvissers dwingen tot met metaal versterkte lijnen, is een vis voor de nacht, voor licht boven diep water aan de rand van het plat — en voor een bijtvaste onderlijn.

Twee waarschuwingen. De Italiaanstalige Wikipedia schrijft dat de vis zeer vaak besmet is met de rondworm Anisakis; het vlees moet daarom goed doorgegaard worden. En de tanden: lang, spits en snijdend — bij het onthaken afstand houden. Het vlees zelf geldt volgens de Italiaanstalige Wikipedia als uitstekend, mals en arm aan graten.

En het bestand? De wereldwijd gemelde vangsten stegen volgens de Duitstalige Wikipedia tot 1993 naar 27.000 ton per jaar en daalden tot 2010 naar 9.000 ton; de grootste hoeveelheden meldden Portugal (2966 t) en Nieuw-Zeeland (2638 t). De IUCN voert de soort als “Data Deficient” — de gegevens volstaan niet voor een indeling (FishBase: beoordeeld op 19 mei 2013). FishBase schat de kwetsbaarheid voor visserij als “matig tot hoog” (53 van 100), de veerkracht als gemiddeld; een bestand heeft 1,4 tot 4,4 jaar nodig om te verdubbelen. De Italiaanstalige Wikipedia ziet in sommige gebieden een lichte achteruitgang, maar dankzij snelle groei en vroege rijpheid een groot herstelvermogen. Minimummaten, vangstlimieten en gesloten tijden regelt elk land zelf — controleer ze ter plaatse.

Vijf tegenstrijdigheden, open gelaten

  • Hoe groot en hoe zwaar? FishBase: maximaal 210 cm, gebruikelijk 117 cm, 8 kg. De Spaanstalige Wikipedia schrijft dat hij “gemiddeld” zo’n 205 cm meet — en direct daarna dat de variant uit de noordoostelijke Atlantische Oceaan 100 tot 135 cm meet bij 1 tot 2,3 kg. De Portugeestalige: gemiddeld 1 tot 1,35 m. De Finstalige: meestal 67 tot 117 cm. De Italiaanstalige: gemiddeld meer dan een meter. De Duitstalige: meer dan twee meter en zo’n acht kilo — maar men gaat ervan uit dat er nog grotere bestaan.
  • Hoe oud? FishBase, Italiaans- en Franstalige Wikipedia: 8 jaar. De Duitstalige: tot 13 jaar. De Portugeestalige: vissen uit de noordoostelijke Atlantische Oceaan bereiken op 13 jaar 1,60 m, die uit de oostelijke Atlantische Oceaan op negen jaar zo’n 1,25 m.
  • Hoe diep? FishBase: 42 tot 620 m, gebruikelijk 100 tot 300. Duitstalige Wikipedia: overdag 250 tot 750 m — dieper dan FishBase überhaupt kent. Italiaans- en Zweedstalige: 40 tot meer dan 600 m. Nederlands- en Finstalige: 100 tot 600 m. Russischtalige: 100 tot 250 m, in het noorden tot 400 m. Portugeestalige: van het oppervlak tot 400 m.
  • Wanneer paait hij? Duitstalige Wikipedia: het hele jaar, vooral voorjaar tot herfst. Italiaanstalige: het hele jaar, met een piek in het warme seizoen. Finstalige: in de Middellandse Zee april tot oktober. Zweedstalige: voor Noord-Afrika late winter tot voorjaar, voor Nieuw-Zeeland voorjaar tot herfst. Russischtalige: eind winter, begin voorjaar. En de Engelstalige koppelt de winterstrandingen aan de paaitrek.
  • Waar — en is het eigenlijk wel één soort? FishBase: oostelijke Atlantische Oceaan vanaf Frankrijk, Middellandse Zee alleen in het westen — en toch een vondst in de oostelijke Ionische Zee. De Italiaanstalige Wikipedia laat hem vanaf Noorwegen beginnen, de Finstalige vanaf IJsland; de Zweedstalige kent één enkele vondst uit Bohuslän, 1935. De Russischtalige noemt tropische wateren, de Italiaanstalige zegt dat hij in het equatoriale gebied verdwijnt. En de Duitstalige Wikipedia meldt dat vissen uit de Noord-Atlantische Oceaan en uit Nieuw-Zeeland genetisch 2,75 procent verschillen — zes keer meer dan binnen de bestanden. Misschien zijn het twee soorten; de Finstalige acht dat voor de Australische en Nieuw-Zeelandse vissen eveneens mogelijk. Opgehelderd is het niet.

Zes namen die naar de verkeerde vis leiden

  • “Degenvis” en “peixe-espada”. In Portugal heet hij peixe-espada-branco, de witte — om hem te onderscheiden van de peixe-espada-preto, de zwarte degenvis *Aphanopus carbo* (Portugeestalige Wikipedia). Die leeft volgens de Engelstalige Wikipedia in de Atlantische Oceaan op 180 tot 1700 meter en is een andere vis. En de espadarte is de zwaardvis, met een eigen artikel in deze reeks.
  • “Pesce sciabola”, “sable”, “beltfish”. Onder deze namen gaat ook de degenvis *Trichiurus lepturus* — de Engelstalige Wikipedia noemt hem largehead hairtail of beltfish, de Italiaanstalige pesce coltello. De Engelse GBIF-lijst voert “Beltfish”, “Cutlassfish” en “Ribbonfish” ook voor *Lepidopus*, de Spaanse “Sable”. Herkenbaar is *Lepidopus* aan de gevorkte staartvin; de naam *Trichiurus* betekent “haarstaart”.
  • “Spada”, “Spadon”, “morski meč”. Zwaardnamen: Italiaans “spada”, Grieks “Spadon”, Sloveens “morski meč” (zeezwaard), Servisch “Sablja”, Russisch “сабля-рыба”. Met de zwaardvis *Xiphias gladius* heeft hij niets te maken.
  • “Kousenband” en “schede”. Duits Strumpfbandfisch, Nederlands kousenbandvis, Zweeds strumpebandsfisk, Deens strømpebåndsfisk — overal de kousenband, het zilveren lint. In het Noors heet hij daarentegen slirefisk, de “schedevis” — zoals in het Engels scabbard, de zwaardschede.
  • GBIF-vreemdelingen. In de GBIF-namenlijst staan voor *Lepidopus caudatus* ook “Pesce san pietro” (dat is de zonnevis, een eigen groep in deze reeks), “Ryba-lotsman” (het loodsmannetje), “Sable Negro” (past bij de zwarte *Aphanopus*) en “Argentina” — een naam die ook de zilvervissen van het geslacht *Argentina* dragen. En de Portugeestalige Wikipedia noemt onder zijn prooi in de oostelijke Atlantische Oceaan uitgerekend de snoek *Esox lucius* — een zoetwatervis. Zulke vermeldingen zijn fouten, geen namen.
  • Japans. Wikidata schrijft オビレタチ (obiretachi), GBIF オビレダチ (obiredachi) — dezelfde naam, twee spellingen. De タチウオ (tachiuo) op Japanse markten is volgens de Japanstalige Wikipedia *Trichiurus lepturus* — niet hij. En in Nieuw-Zeeland heet hij volgens de Engelstalige Wikipedia frostfish, bij de Māori pāra.

Blijft de vraag waarmee elk artikel in deze reeks begint: wanneer. Diepte, voedsel en nachtelijke trek staan hierboven, en die liggen vast. Wat elke dag verandert, is al het andere — en juist daar wordt beslist of een nacht op het water de moeite waard is. Dat berekent StrikeAhead: het neemt de omstandigheden op jouw water en vertelt je wanneer de tocht de moeite waard is. En omdat je een vis uit 300 meter diepte niet vanaf de kant zoekt, vertelt StrikeAhead Pathfinder je met wie je uitvaart: geselecteerde gidsen en schippers, vóór de vermelding persoonlijk gecontroleerd (vergunning en verzekering), met geverifieerde vangsten in plaats van reclamefoto’s, zonder betaalde ranking en voor jou als visser zonder bemiddelingskosten.

Vis op het juiste moment →