Geelvintonijn vissen: de tonijn die niet in de Middellandse Zee zou voorkomen
Eén zin op de FishBase-pagina van de geelvintonijn laat geen ruimte: wereldwijd in tropische en subtropische zeeën, „maar niet in de Middellandse Zee”. De Duits-, Spaans-, Frans-, Russisch-, Japans-, Noors-, Zweeds- en Kroatischtalige Wikipedia zeggen hetzelfde. De Nederlandstalige Wikipedia schrijft daarentegen dat hij ook in de Middellandse Zee voorkomt, de Turkstalige noemt hem daar zelfs wijdverbreid, en de Italiaanstalige vindt het onduidelijk of hij er af en toe binnenzwemt. Wie als Europeaan een geelvintonijn wil vangen waarvan het voorkomen vaststaat, kijkt daarom naar de Atlantische Oceaan: volgens de Italiaanstalige Wikipedia leeft hij in Europa langs de Portugese Atlantische kust, en de Engelstalige noemt de Canarische Eilanden, Madeira en de Azoren onder de plekken waar tot op vandaag met hengel en lijn op tonijn wordt gevist — ook al zoeken volgens dezelfde bron nog maar weinig van die boten gericht naar de geelvintonijn. Dit artikel gaat over de geelvintonijn, *Thunnus albacares* — in het Engels yellowfin tuna, in het Frans thon jaune of albacore, in het Spaans rabil, in het Italiaans tonno a pinne gialle, in het Portugees atum-amarelo, in het Duits Gelbflossen-Thun, in het Japans キハダ (kihada), op Hawaï ahi.
„Wit vlees” en een soort die nooit heeft bestaan
De geelvintonijn behoort tot de familie van de makrelen, tonijnen en bonito’s (Scombridae). FishBase leidt de geslachtsnaam *Thunnus* af van het Griekse thynnos, de tonijn. Beschreven werd hij in 1788 door de Franse natuuronderzoeker Pierre Joseph Bonnaterre (FishBase, Franstalige Wikipedia). De soortaanduiding *albacares* betekent volgens de Engelstalige Wikipedia „wit vlees”. De Engelstalige Wikipedia vertelt een mooi verhaal over de grote, oude vissen met hun opvallend lange, sikkelvormige vinnen: die werden eerst voor een aparte soort gehouden en Allison tuna genoemd — een naam die in 1920 werd gegeven door Louis Mowbray, toen conservator van het aquarium van Bermuda. De Franstalige Wikipedia vermeldt zijn *Thunnus allisoni* nu als louter synoniem. Volgens de Japanstalige Wikipedia vormt de geelvintonijn met twee naaste verwanten een eigen ondergeslacht, *Neothunnus*.
Waaraan je hem herkent
Het lichaam is langgerekt en spoelvormig, zijdelings maar licht samengedrukt (FishBase). De twee rugvinnen worden slechts door een smalle opening gescheiden; de eerste heeft 11 tot 14 stekels, de tweede 12 tot 16 zachte vinstralen, daarachter volgen 8 tot 10 vinnetjes. De aarsvin heeft 11 tot 16 zachte vinstralen en 7 tot 10 vinnetjes (FishBase). Bij grote exemplaren kunnen de tweede rugvin en de aarsvin erg lang worden — volgens FishBase ruim meer dan 20% van de vorklengte, volgens de Engelstalige Wikipedia reiken ze bijna tot de staart en lijken ze op sikkels of kromzwaarden. De borstvinnen zijn matig lang: ze reiken meestal voorbij het begin van de tweede rugvin, maar niet voorbij het einde van de basis daarvan (FishBase). Op de eerste kieuwboog zitten 26 tot 34 kieuwboogaanhangsels. De staartwortel is zeer slank en draagt aan elke kant een krachtige kiel tussen twee kleinere. Er is een zwemblaas. Een kenmerk dat je pas bij het schoonmaken ziet: de onderkant van de lever is glad, zonder streping (FishBase); volgens de Spaanstalige Wikipedia onderscheidt hem dat van grootoogtonijn en blauwvintonijn van dezelfde grootte.
De kleur: de rug is metallisch donkerblauw, gaat via geel over in zilver op de buik, en de buik is vaak doorsneden met zo’n 20 onderbroken, bijna verticale lijnen (FishBase). Rug- en aarsvin en alle vinnetjes zijn felgeel, de vinnetjes met een smalle zwarte rand (FishBase) — vandaar de naam. De Zweedstalige Wikipedia beschrijft daarnaast een felgele lengteband op elke flank. Let op bij jonge vissen: die hebben volgens de Japanstalige Wikipedia schuine witte strepen op de flanken, nog korte vinnen en zijn daardoor moeilijk van andere tonijnen te onderscheiden, vooral van jonge grootoogtonijnen.
- Grootte: FishBase noemt 239 cm vorklengte als maximum, 150 cm als gebruikelijke lengte en 200 kg als zwaarste gepubliceerde gewicht. Het wereldrecord van de IGFA staat volgens de Engelstalige Wikipedia op 200,94 kg, gevangen in 2024 voor Cabo San Lucas (Mexico); het vorige record van 193,68 kg uit hetzelfde gebied (2012) leverde de vanger een miljoen dollar prijzengeld op. Voor Japan blijven ze volgens de Japanstalige Wikipedia kleiner: hoogstens ongeveer 1,5 m en 70 kg.
Waar hij staat en wat hij eet
- Verspreiding: volgens FishBase wereldwijd in tropische en subtropische zeeën tussen 50° noord en 50° zuid, bij 15 tot 31 °C, een verre trekker — en niet in de Middellandse Zee. De Portugeestalige Wikipedia sluit bovendien de Rode Zee en de Zuid-Chinese Zee uit. In Japan komt hij volgens de Japanstalige Wikipedia ten zuiden van Hokkaido voor, het vaakst aan de Pacifische kant ten zuiden van de Izu-eilanden, en zelden in de Japanse Zee.
- Leefgebied: een vis van de open oceaan, die boven en onder de spronglaag leeft; in het vrije water, maar zelden bij riffen (FishBase). Volgens de Engelstalige Wikipedia komt hij bij geschikte omstandigheden ook dicht bij de kust — vooral bij eilanden midden in de oceaan zoals Hawaï, Ascension en Sint-Helena, waar de aasvissen zich vlak onder de kust verzamelen. Op de Nansei-eilanden en de Izu- en Ogasawara-eilanden vangt men hem volgens de Japanstalige Wikipedia zelfs vanaf de rotskust.
- Diepte: FishBase geeft 1 tot 1602 meter op, meestal 1 tot 250 meter. Omdat hij gevoelig is voor zuurstofgebrek, wordt hij in de tropen meestal niet dieper dan 250 meter gevangen (FishBase). Volgens de Engelstalige Wikipedia houdt hij zich vooral op in de bovenste 100 meter; in een studie lag 90% van de gemeten diepten ’s nachts ondieper dan 88 m en overdag ondieper dan 190 m. Een in de Indische Oceaan gemerkte vis bracht 85% van zijn tijd door ondieper dan 75 m — en dook drie keer af, naar 578, 982 en 1160 meter.
- Voedsel: vissen, schaaldieren en pijlinktvissen (FishBase); trofisch niveau 4,4. De Engelstalige Wikipedia noemt snelle prooien zoals vliegende vissen, makreelgepen en makrelen, daarnaast scholenvissen zoals lantaarnvissen, ansjovissen en sardines; grote geelvintonijnen jagen op kleinere verwanten zoals fregatmakrelen en echte bonito’s. In hun magen werden volgens de Russischtalige Wikipedia vissen uit 50 verschillende families gevonden.
- Gezelschap: hij zwemt in scholen die zich naar grootte sorteren, met de eigen soort of gemengd; grote vissen trekken vaak met dolfijnen mee en staan onder drijfgoed (FishBase). Volgens de Engelstalige Wikipedia zijn gemengde scholen met de echte bonito gebruikelijk; hij begeleidt ook walvissen en walvishaaien, volgt soms schepen en staat voor Hawaï bij verankerde visaggregatieapparaten (FAD’s). Volgens de Italiaanstalige Wikipedia gebruiken vissers de dolfijnen zelfs als aanwijzing voor tonijn.
- Snelheid: tot 20,8 m/s (Engelstalige Wikipedia), volgens de Russischtalige Wikipedia tot 75 km/u. Zoals alle tonijnen is hij volgens de Engelstalige Wikipedia warmbloedig; bij snel zwemmen klappen de vinnen in groeven weg.
Paaien om de paar dagen
Volgens FishBase wordt er gepaaid in de tropische en equatoriale wateren van alle grote oceanen. Op hogere breedten gebeurt dat seizoensgebonden met een piek in de zomer, op lagere breedten kan het het hele jaar doorgaan. De geelvintonijn paait in porties: tijdens het seizoen paait hij om de paar dagen (FishBase), eieren en larven drijven in het open water. Een groot vrouwtje kan volgens de Russischtalige Wikipedia tot 8,5 miljoen eieren dragen, een klein ongeveer een miljoen. Hij groeit snel: volgens de Russischtalige Wikipedia 20 tot 40 cm per jaar, volgens de Japanstalige 50 cm in het eerste en 1 m in het tweede jaar — en met twee jaar is hij daar al geslachtsrijp.
Hoe je hem vangt — en wat je moet weten
FishBase noemt hem een sportvis en zeer commercieel; de prijsklasse is „hoog”, en voor sashimi wordt hij bijzonder gewaardeerd. De Engelstalige Wikipedia vertelt de geschiedenis van de sportvisserij: voor Catalina Island in Californië dook hij kort na het begin van de tonijnhengelsport op; op Bermuda ontwikkelde men het voeren vanaf een verankerde boot boven productieve banken en ving men hem met licht materiaal; op Hawaï viste men met verenkunstaas. Nu jagen volgens de Engelstalige Wikipedia duizenden vissers op hem aan de Amerikaanse oostkust, in de Golf van Mexico — waar de recreatieve visserij op hem een economisch effect van naar schatting 7 miljard dollar per jaar heeft —, voor Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland. Volgens de Russischtalige Wikipedia hoort hij naast marlijn, zwaardvis en zeilvis tot de trofeeën van een „Grand Slam” van de IGFA. De Spaanstalige Wikipedia prijst zijn snelheid en kracht in de dril.
⚠️ Wat volgt is een conclusie uit zijn biologie, geen bronvermelding: een vis die meestal in de bovenste 100 meter jaagt, scholen aasvis volgt, met dolfijnen meetrekt en onder drijfgoed staat, zoek je op open zee — langs drijfgoedlijnen, bij visaggregatieapparaten en waar eilanden de aasvis samendrijven. Een vis die 200 kg kan halen en met meer dan 20 meter per seconde zwemt, vraagt om zwaar, robuust materiaal. Voor Europese vissers liggen de aangetoonde visgebieden in de Atlantische Oceaan: aan de Portugese kust en rond de Canarische Eilanden, Madeira en de Azoren. In de Middellandse Zee zou een geelvintonijn volgens FishBase een sensatie zijn — en elke vermeende vangst daar is eerder een reden om de determinatie nog eens te controleren.
Voor de keuken: FishBase beschouwt hem als onschadelijk. Het vlees is volgens de Japanstalige Wikipedia van kop tot bijna aan de staart gelijkmatig rood, mager en stevig, en lichter van tint dan dat van de blauwvintonijn. Op Hawaï heet hij ahi en belandt hij in poke; volgens de Engelstalige Wikipedia kennen handelaren maar twee kwaliteiten, „sashimikwaliteit” en „overig”. Het grootste deel van de wereldvangst gaat volgens de Engelstalige Wikipedia in blik. Uit de Atlantische Oceaan komt ook een ongewoon economisch gegeven: met de handlijn gevangen geelvintonijn hoort volgens de Engelstalige Wikipedia tot de weinige exportproducten van Sint-Helena.
En het bestand? De IUCN deelt hem in als „Least Concern” — niet bedreigd (FishBase: beoordeeld op 15 januari 2021). Volgens de Russischtalige Wikipedia gold hij van 2011 tot 2021 als „Near Threatened”. Greenpeace zette hem in 2010 op zijn rode lijst voor consumptievis (Engelstalige Wikipedia). FishBase schat de kwetsbaarheid voor visserij in als „matig tot hoog” (46 van 100) en voor klimaatverandering als „matig” (42 van 100); de bestanden kunnen zich volgens FishBase in 1,4 tot 4,4 jaar verdubbelen. Voor de Atlantische Oceaan legt de tonijncommissie ICCAT volgens de Russischtalige Wikipedia een totale vangsthoeveelheid van 110.000 ton per jaar vast en verbiedt ze de ringzegenvisserij op de evenaar van november tot januari; volgens de Franstalige Wikipedia sluiten Ghana en Equatoriaal-Guinea de visserij in januari en februari. Minimummaten, vangsthoeveelheden en gesloten tijden regelt elk land zelf — controleer ze ter plaatse.
Vijf tegenstrijdigheden, open gelaten
- Middellandse Zee — ja of nee? FishBase en de Duits-, Spaans-, Frans-, Russisch-, Japans-, Noors-, Zweeds- en Kroatischtalige Wikipedia: niet aanwezig. De Nederlandstalige: komt ook in de Middellandse Zee voor. De Turkstalige: daar wijdverbreid. De Italiaanstalige: onduidelijk. En de Engelstalige Wikipedia noemt de Club Nautico de San Remo en de Club Nautique de Cannes als vroege organisatoren van geelvintonijntoernooien vanaf de late jaren 1960. Bij de Rode Zee hetzelfde: de Portugeestalige Wikipedia sluit die uit, de Engelstalige noemt de Bab el Mandeb als plek waar hij zich verzamelt.
- Hoe oud? FishBase noemt als hoogst gemelde leeftijd 18 jaar. In het onderdeel over veerkracht rekent dezelfde pagina met een maximale leeftijd van 8 jaar; de Japans- en de Nederlandstalige Wikipedia zeggen 8, de Frans-, Portugees-, Kroatisch- en Finstalige 9 jaar.
- Wanneer geslachtsrijp? FishBase: bij ongeveer 103 cm (78 tot 158 cm). De Franstalige Wikipedia: met 2 tot 3 jaar bij gemiddeld 100 cm. De Japanstalige: bij 1 m na 2 jaar. De Russischtalige: bij 50 tot 60 cm. De Spaanstalige: bij ongeveer 40 cm.
- Hoe groot, hoe zwaar? FishBase en de meeste Wikipedia’s: 239 cm en 200 kg. De Zweedstalige: het langste geregistreerde dier 280 cm, het zwaarste 400 kg. De Japanstalige noemt literatuur volgens welke hij in de tropen 3 m haalt. De Arabischtalige geeft in haar onderdeel over Jemen een lengte van 1600 tot 1800 cm — duidelijk een eenheidsfout. Ook bij het record lopen de getallen uiteen: 200,94 kg (Engelstalige), 193 kg (Russischtalige), 184 kg (Hebreeuwstalige), 176 kg uit 1977 (Arabischtalige Wikipedia).
- Hoe diep? FishBase: meestal tot 250 m, hoogstens 1602 m; de Engelstalige Wikipedia noemt als diepste gemeten duik 1592 m. De Nederlandstalige: 0 tot minstens 400 m. De Russischtalige: volwassen vissen tot 150 m, zelden dieper dan 100 m. De Franstalige: tot 250 m. De Noorstalige: zelden dieper dan 100 m, omdat hij meer dan 2 ml zuurstof per liter nodig heeft.
Zes namen die naar de verkeerde vis leiden
- „Albacore”. In het Frans is albacore de officiële FAO-naam van precies deze vis (Franstalige Wikipedia). In het Engels is albacore echter de witte tonijn, *Thunnus alalunga* — daar wijst de Franstalige Wikipedia zelf op. De witte tonijn krijgt een eigen groep in deze reeks.
- „Albacora”, „albakor”, „albakora”. De namenlijst van GBIF vermeldt voor de geelvintonijn Albacora in het Spaans, Portugees, Zweeds en Roemeens, albakor in het Noors en albakora in het Pools; in het Italiaans heet hij volgens GBIF en Wikipedia ook tonno albacora. Dezelfde GBIF-databank vermeldt albacora, albakor en albakora echter ook voor de witte tonijn — en in het Portugees albacora bovendien voor de grootoogtonijn. Wie alleen „albacora” leest, weet niet welke tonijn bedoeld is.
- „Ahi”. Onder de Hawaïaanse naam ahi wordt hij internationaal verkocht (Duits- en Engelstalige Wikipedia). Op Hawaï heet echter ook de nauw verwante grootoogtonijn, *Thunnus obesus*, ahi (Engels- en Finstalige Wikipedia) — en GBIF vermeldt 'Ahi eveneens voor de grootoogtonijn.
- „Thon rouge”, „atún blanco”, „atún claro”. De Franstalige Wikipedia noemt thon rouge onder de namen die ook voor de geelvintonijn worden gebruikt — GBIF vermeldt thon rouge echter als naam van de blauwvintonijn. De Spaanstalige Wikipedia noemt atún blanco als handelsnaam van de geelvintonijn — GBIF vermeldt atún blanco als naam van de witte tonijn. En atún claro, „lichte tonijn”, is volgens de Spaanstalige Wikipedia de gangbare naam in blik.
- „Rabil” en „rabilho”. In het Spaans heet hij rabil (Spaanstalige Wikipedia, GBIF), en GBIF vermeldt in het Portugees ook atum rabil. Twee letters meer, en het is een andere vis: atum-rabilho is volgens GBIF de blauwvintonijn. Ook die krijgt een eigen groep in deze reeks.
- Allison, kihada, thamad. De oude Allison tuna is geen aparte vis, maar een grote geelvintonijn (Engelstalige Wikipedia). GBIF kent verder „Autumn albacore” en „Pacific long-tailed tuna”. In Japan heeft de キハダ volgens de Japanstalige Wikipedia veel plaatselijke namen — キワダ, マシビ, イトシビ, シビ, jonge vissen キメジ, en in de prefectuur Kōchi heten de jonge vissen ビン — bijna zoals ビンナガ, de witte tonijn. In het Arabisch heet hij volgens de Arabischtalige Wikipedia تونة الزعنفة الصفراء, maar ook قبابة of جيذر, in Jemen الثمد. En in het Duits? GBIF vermeldt Gelbflossen-Thun, Gelbflossenthun en Gelbflossenthunfisch.
Blijft de vraag waarmee elk artikel in deze reeks begint: wanneer. Diepte, voedsel en jachtwijze staan hierboven, en die liggen vast. Wat elke dag verandert, is al het andere — en juist daar wordt beslist of een dag op het water de moeite waard is. Dat berekent StrikeAhead: het neemt de omstandigheden op jouw water en vertelt je wanneer de tocht de moeite waard is. En omdat je de drijfgoedlijnen en randen voor een Atlantisch eiland niet vanaf de eerste dag kent, vertelt StrikeAhead Pathfinder je met wie je uitvaart: geselecteerde gidsen en schippers, vóór de vermelding persoonlijk gecontroleerd — vergunning en verzekering —, met geverifieerde vangsten in plaats van reclamefoto’s, zonder betaalde ranking en voor jou als visser zonder bemiddelingskosten.