Ruwe haai: de haai die de VS in de oorlog van vitamine A voorzag

Tot 1937 werd hij in Californië gevangen voor zijn filets, en zijn gedroogde vinnen gingen naar Oost-Azië. Toen toonde onderzoek volgens de Engelse Wikipedia aan dat zijn lever meer vitamine A bevatte dan die van elke andere geteste vis — en in de Tweede Wereldoorlog werd hij de belangrijkste bron van vitamine A in de VS. Tot hij overbevist was. Dit artikel gaat over de ruwe haai, *Galeorhinus galeus* — Engels tope (ook school shark, soupfin shark en snapper shark), Spaans cazón (ook tiburón vitamínico), Italiaans canesca (GBIF), Frans requin-hâ, Portugees tubarão-perna-de-moça (GBIF), Duits Hundshai, Deens en Zweeds gråhaj, Noors gråhai (GBIF), Fins harmaakoirahai, Russisch суповая акула, Turks camgöz (GBIF), Grieks Γαλέος, Kroatisch butor, Albanees peshk qen (GBIF), Japans イコクエイラクブカ en Arabisch جلاد كلبي (Wikidata); in het Sloveens vonden we noch in Wikidata noch in GBIF een eigen naam. Hij is een roofvis van de gematigde zeeën, in de Middellandse Zee zeldzaam — en de IUCN noemt hem vandaag ernstig bedreigd. Hier lees je hoe je hem herkent, hoe ver hij trekt en waarom hij, als hij bijt, terug in het water hoort.

Een naam uit de oudheid

Beschreven werd hij door Carl Linnaeus in 1758, als *Squalus galeus* (Engelse Wikipedia). De soortnaam gaat volgens FishBase terug op het Griekse galeos, waarmee Aristoteles een kleine haai aanduidde — soms vertaald als wezel, misschien vanwege de spitse snuit, de snelle bewegingen of het roofzuchtige eten van kleine haaien. *Rhinus* is volgens FishBase een oude naam voor haaien, afgeleid van rhine, de rasp — een verwijzing naar de ruwe huid. De ruwe haai is volgens de Engelse Wikipedia de enige levende soort van zijn geslacht, en het geslacht gaat minstens terug tot het vroege Eoceen. De Engelse naam soupfin verklaart FishBase meteen: zijn vinnen belanden in de soep — en het Russische суповая акула betekent letterlijk soephaai.

Zo herken je hem

FishBase beschrijft hem als een grote haai uit de familie Triakidae met een lange, spitse snuit, een grote bek en kleine, mesachtige tanden. Volgens de Engelse Wikipedia zien de tanden in boven- en onderkaak er hetzelfde uit: klein, plat, driehoekig, gezaagd, met een inkeping en naar achteren gekanteld. De eerste rugvin is driehoekig en staat vlak achter de borstvinnen; de tweede rugvin is ongeveer even groot als de aarsvin en staat er recht boven. Het opvallendste kenmerk is de staartvin: de eindlob is volgens FishBase even lang als de hele rest van de vin. Boven is hij grijs (volgens de Engelse Wikipedia donker blauwgrijs), onder wit; jonge dieren hebben zwarte tekeningen op de vinnen.

  • Lengte: volgens FishBase hoogstens 193 cm bij mannetjes en 195 cm bij vrouwtjes, gebruikelijk 160 cm; de Engelse Wikipedia noemt bijna 2 m.
  • Gewicht: het zwaarste gepubliceerde gewicht is volgens FishBase 44,7 kg.
  • Leeftijd: volgens FishBase tot 55 jaar — een heel langzaam leven voor een haai van dit formaat.

Waar hij leeft

Volgens FishBase leeft hij wereldwijd in koud- tot warmgematigde zeeën, tussen 70° noord en 58° zuid, van het oppervlak tot 1.100 m diepte, maar meestal tussen 2 en 471 m. Hij houdt zich vooral op boven de bodem van het continentaal plat en de bovenste hellingen — maar hij gaat ook de open zee op: FishBase meldt dat hij vaak aan drijvende tonijnbeuglijnen boven diep water hangt. De Engelse Wikipedia noemt een watertemperatuur van 10 tot 20 °C en somt zijn gebieden op: de noordoostelijke Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, waar hij zeldzaam is; de zuidwestelijke Atlantische Oceaan van Patagonië tot Zuid-Brazilië; Namibië en Zuid-Afrika; de noordoostelijke Stille Oceaan van Brits-Columbia tot Baja California; Chili en Peru; Zuid-Australië met Tasmanië en Nieuw-Zeeland.

Een haai die ver reist

Volgens FishBase trekt hij in kleine scholen rond — vandaar het Engelse school shark —, die in de hogere breedtegraden van zijn gebied ver trekken; in sommige streken scheiden de dieren zich duidelijk naar grootte en geslacht. Merkingen laten zien hoe ver: in Groot-Brittannië gemerkte ruwe haaien werden volgens de Engelse Wikipedia teruggevonden bij de Azoren, de Canarische Eilanden en in IJsland. In Australië gemerkte dieren legden tot 1.200 km langs de kust af, andere doken op in Nieuw-Zeeland — en omgekeerd werden volgens FishBase veel in Nieuw-Zeeland gemerkte dieren in Australië teruggevangen.

Wat hij eet

Volgens FishBase eet hij vis — van de bodem en uit de open waterkolom —, daarnaast kreeftachtigen, koppotigen, wormen en stekelhuidigen; de Engelse Wikipedia noemt vooral vis. In maaginhouden uit Californië vond men sardines, kikvorsvissen, platvissen, roodbaarzen en pijlinktvissen. Ruwe haaien die bij riffen leven, geven volgens de Engelse Wikipedia de voorkeur aan barracuda’s — en de maaginhoud van een fossiele verwant, *Galeorhinus cuvieri*, wijst erop dat deze jachtrelatie al minstens 50 miljoen jaar bestaat. FishBase plaatst hem op trofisch niveau 4,3.

Een jaar draagtijd, tientallen jongen

De ruwe haai brengt levende jongen ter wereld, die zich volgens FishBase in de baarmoeder alleen met dooier voeden. Een worp telt volgens FishBase 6 tot 52 jongen — hoe groter de moeder, hoe meer —, elk 30 tot 36 cm lang; de draagtijd duurt ongeveer twaalf maanden. Volgens de Engelse Wikipedia kunnen de jongen van één worp verschillende vaders hebben, omdat de vrouwtjes sperma lang opslaan. Om te werpen zoeken de vrouwtjes beschutte baaien en riviermondingen op; daar blijven de jongen, terwijl de volwassenen naar dieper water trekken. Geslachtsrijp worden mannetjes volgens de Engelse Wikipedia op 8 tot 13 jaar, vrouwtjes pas op 11 tot 18. FishBase schat zijn veerkracht als laag in: een bestand heeft 4,5 tot 14 jaar nodig om te verdubbelen.

De lever die ten oorlog trok

Volgens de Engelse Wikipedia was de ruwe haai in de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste bron van vitamine A in de VS, tot hij overbevist was; zijn olie werd toen vervangen door die van de doornhaai en later door zwakkere oliën uit Mexico en Zuid-Amerika. Hij wordt nog steeds gebruikt: FishBase noemt zijn vlees, de lever voor squaleenolie, de vinnen voor soep en vismeel. In Andalusië heet hij in de keuken cazón, op de Canarische Eilanden tollos, in Griekenland galéos, en in Groot-Brittannië vervangt hij volgens de Engelse Wikipedia soms kabeljauw of schelvis in fish and chips. De Māori noemen hem kapetā: bij Rangaunu Harbour kwamen volgens de Engelse Wikipedia de gemeenschappen samen, want daar was hij twee dagen lang te vangen — en de olie uit zijn lever mengden ze met rode oker tot cosmetica.

Waarom hij terug in het water hoort

De IUCN noemt hem wereldwijd ernstig bedreigd (Critically Endangered; volgens FishBase beoordeeld op 14 februari 2020). Als oorzaken noemt de Engelse Wikipedia de overbevissing voor leverolie, vlees en vinnen, vooral met staande netten en beuglijnen, en de aantasting van zijn kraamkamers. FishBase schat zijn kwetsbaarheid voor visserij als zeer hoog in en vermeldt hem op Bijlage II van de Conventie van Bonn (CMS). In Engeland geldt sinds 6 april 2008 de Tope Order: binnen haar werkingsgebied is elke visserij op de ruwe haai behalve met de hengel verboden, en met de hengel gevangen ruwe haaien mogen in Engeland niet aangeland worden. Voor mensen is hij volgens FishBase ongevaarlijk, en FishBase vermeldt hem als sportvis. Welke regels vandaag op jouw water gelden, controleer je zelf vóór het uitvaren — bij de havendienst, de visserijautoriteit, je gids of schipper. Haakt er een ruwe haai, maak hem dan zo voorzichtig mogelijk in het water los.

Vier tegenstrijdigheden, onopgelost gelaten

  • Hoe diep gaat hij? FishBase: tot 1.100 m, meestal 2 tot 471 m — en elders op dezelfde pagina tot 550 m. De Engelse Wikipedia: tot ongeveer 800 m. De Duitse Wikipedia: tot ongeveer 550 m.
  • Bodemvis of oceaanvis? De Engelse Wikipedia: vooral dicht bij de bodem. FishBase: vooral boven de bodem, maar in de open zee ook pelagisch — vaak aan drijvende tonijnbeuglijnen.
  • Wanneer is hij volwassen? De Engelse Wikipedia: mannetjes bij zo’n 135 cm, vrouwtjes bij 150 cm. FishBase: gemiddeld 144,1 cm, met een spreiding van 120 tot 185 cm.
  • Hoeveel jongen? FishBase: 6 tot 52. De Engelse Wikipedia: gemiddeld 28 tot 38 — beide zeggen dat het aantal groeit met de grootte van de moeder.

Drie namen die naar de verkeerde vis leiden

  • “Cazón”. Dat is de Spaanse naam van de ruwe haai — maar volgens de Spaanse Wikipedia worden ook vergelijkbare soorten zoals de gladde haaien (geslacht *Mustelus*) als cazón verkocht, en in delen van de Golf van Mexico en het Caribisch gebied heten zelfs de jongen van andere haaien zo. Wie cazón en adobo eet, weet niet zeker welke haai er op zijn bord ligt.
  • “Émissole”. GBIF vermeldt deze Franse naam ook voor de ruwe haai, maar volgens de Franse Wikipedia is émissole een dubbelzinnige naam, die vooral de gladde haaien van het geslacht *Mustelus* aanduidt. De Franse naam van de ruwe haai is requin-hâ.
  • “Hondshaai”. Klinkt als het Duitse Hundshai, maar is het niet: GBIF vermeldt Hondshaai voor de kleingevlekte kathaai, *Scyliorhinus canicula*, waaraan deze serie een eigen groep wijdt. De Nederlandse naam van de ruwe haai is ruwe haai.

Blijft de vraag waarmee elk artikel in deze serie begint: wanneer. Leefgebied, prooi en gewoonten staan hierboven, en die liggen vast. Wat elke dag verandert, is al het andere — licht, wind, stroming, watertemperatuur —, en of een dag op zee de moeite waard is, wordt precies daar beslist. Dat rekent StrikeAhead uit: het neemt de omstandigheden op jouw water en zegt je wanneer de tocht de moeite loont. En omdat je een onbekend gebied, zijn randen en zijn regels niet vanaf de eerste dag kent, zegt StrikeAhead Pathfinder je met wie je uitvaart: gecureerde gidsen en schippers, vóór de vermelding persoonlijk gecontroleerd — vergunning en verzekering —, met geverifieerde vangsten in plaats van reclamefoto’s, zonder betaalde ranking en voor jou als visser zonder bemiddelingskosten. De app zegt wanneer, Pathfinder met wie.