Grootoogtonijn vissen: de tonijn die overdag op 500 meter diepte jaagt — en in de Middellandse Zee ontbreekt

Er zijn vragen waarover de bronnen het bij een vis eens zijn, en er is de grootoogtonijn. Hoe groot hij wordt, hoe oud, hoe diep hij duikt, of hij overdag of ’s nachts afdaalt, wanneer hij paait en hoe bedreigd hij is — daarover vind je in FishBase en in de Wikipedia’s van vijftien talen deels cijfers die elkaar uitsluiten. Alleen op één punt zeggen FishBase en twaalf van die Wikipedia’s hetzelfde: in de Middellandse Zee komt hij niet voor. Dit artikel gaat over de grootoogtonijn, *Thunnus obesus* — in het Engels bigeye tuna, in het Spaans patudo, in het Frans thon obèse of thon aux grands yeux, in het Italiaans tonno obeso, in het Portugees patudo of atum-patudo, in het Japans メバチ (mebachi).

De tonijn die overdag afdaalt

De naam zegt al wat hem kenmerkt: de ogen. Volgens de Engelse Wikipedia zijn ze goed ontwikkeld, met een grote, bolvormige lens die ook bij weinig licht werkt. Hij heeft ze nodig, want hij jaagt waar andere tonijnen niet komen. Volgens de Engelse Wikipedia daalt hij bij zonsopgang af naar dieper, koeler water en keert hij bij schemering terug naar warmere, ondiepere lagen. Overdag bereikt hij 300 tot 500 meter, waar het water tot 20 °C kouder kan zijn dan aan het oppervlak. Hoe diep precies, hangt af van de oceaan: in de oostelijke Stille Oceaan meestal 200 tot 350 meter, rond Hawaï 300 tot 400 meter, in de Koraalzee 300 tot 500 meter. De Engelse Wikipedia leest daarin dat hij — of zijn prooi — een voorkeurstemperatuur van 10 tot 15 °C volgt. Tussendoor stijgt hij steeds weer op om op te warmen.

Dat hij dat volhoudt, komt door zijn lichaam. Zijn bloed bindt zuurstof bijzonder sterk, zodat hij volgens de Engelse Wikipedia nog redt in water met 1,0 milliliter zuurstof per liter en regelmatig lagen onder 1,5 milliliter opzoekt. Warmtewisselaars in de bloedvaten houden zijn lichaam warmer dan het water; in de diepte schakelt hij ze in om warmte vast te houden, bij het opstijgen uit om snel op te warmen. De Japanse Wikipedia zegt het korter: overdag zwemt hij dieper dan de andere tonijnen, tot 300 meter, ’s nachts komt hij naar het oppervlak. De Duitse Wikipedia verklaart met die diepte ook zijn vlees: het zou zeer vetrijk zijn, ter warmte-isolatie.

En waar jaagt hij daar beneden op? Volgens de Engelse Wikipedia vooral op vissen, kreeftachtigen en koppotigen uit de bovenste en middelste dieptezone; in zijn magen vond men veel soorten die zelf dagelijks op- en afstijgen, en men zag hem overdag en ’s nachts dicht bij de verstrooiingslaag — de laag kleine dieren die op het echolood als een wolk verschijnt. De Russische Wikipedia noemt als belangrijke prooi diepzee- en halfdiepzeevissen zoals slokkers, lancetvissen, barracudina’s en slangmakrelen, plus pijlinktvissen, octopussen en garnalen. FishBase vermeldt dat hij dag en nacht eet.

Waaraan je hem herkent

Een grote, krachtige tonijn met een spoelvormig lichaam, een grote kop en juist grote ogen (FishBase, Engelse Wikipedia). De Japanse Wikipedia noemt hem de tonijn met het hoogste lichaam — gedrongen; de Italiaanse beschrijft een tonvorm, omdat de grootste lichaamshoogte onder het midden van de eerste rugvin ligt. De borstvinnen zijn volgens FishBase bij grote vissen boven 110 cm maar matig lang (22 tot 31 % van de vorklengte), bij kleinere echter zeer lang — zo lang als bij de witte tonijn, waaraan deze reeks een eigen groep wijdt. De rugvinnen staan dicht achter elkaar; achter de tweede volgen 8 tot 10, achter de aarsvin 7 tot 10 vinnetjes. De staartwortel is zeer slank en draagt een krachtige kiel tussen twee kleinere. Twee kenmerken zie je pas bij het schoonmaken: de onderkant van de lever is gestreept, en hij heeft een zwemblaas (FishBase; volgens de Russische Wikipedia is de lever vanaf ongeveer 30 cm lengte gestreept).

De kleur: rug metaalachtig donkerblauw, flanken onderaan en buik witachtig; bij levende vissen loopt een iriserende blauwe band langs de zijkant. De eerste rugvin is diepgeel, de tweede rugvin en de aarsvin lichtgeel, de vinnetjes felgeel met een zwarte rand (FishBase). Pas op bij jonge vissen: volgens de Japanse Wikipedia zijn ze slanker dan de volwassenen, hebben ze enkele witte dwarsstrepen en lijken ze op jonge geelvintonijnen. Ze zwemmen ook samen: jonge grootoogtonijnen trekken volgens de Duitse Wikipedia vaak in gemengde scholen met geelvintonijnen en skipjacks; de Noorse en de Zweedse Wikipedia zeggen hetzelfde.

  • Grootte: FishBase noemt 250 cm totale lengte als maximum, 180 cm vorklengte als gebruikelijke lengte en 210 kg als zwaarste gepubliceerde gewicht. Het hengelrecord ligt volgens de Engelse Wikipedia op 178 kg; volgens de Russische Wikipedia geldt dat voor de Atlantische Oceaan, in de Stille Oceaan is het 197 kg. Vissen uit Japanse wateren zijn volgens de Japanse Wikipedia kleiner dan tropische; boven 2 m zijn ze daar zeldzaam.
  • Leeftijd en geslachtsrijpheid: FishBase noemt 17 jaar als hoogste gemelde leeftijd en een lengte bij geslachtsrijpheid van 112,5 cm (spreiding 100 tot 125 cm).
  • Temperatuur: FishBase geeft 13 tot 29 °C op, het liefst 17 tot 22 °C. Hoe vaak hij waar opduikt, hangt nauw samen met de oppervlaktetemperatuur en de ligging van de spronglaag.

De Middellandse Zee: het enige punt waarover iedereen het eens is

FishBase schrijft het zonder voorbehoud: “Absent in the Mediterranean”, afwezig in de Middellandse Zee. De Engelse, Duitse, Franse, Spaanse, Nederlandse, Finse, Zweedse, Noorse, Turkse, Russische en Japanse Wikipedia zeggen hetzelfde; de Italiaanse schrijft zelfs dat hij er “volledig” ontbreekt. De Japanse voegt eraan toe dat hij ook bij Japan niet de Japanse Zee in trekt. Verder leeft hij volgens FishBase in tropische en subtropische wateren van de Atlantische, Indische en Stille Oceaan, tussen 52° noord en 48° zuid. Vissen uit de Atlantische Oceaan en de Indo-Pacific zijn volgens de Japanse Wikipedia genetisch verschillend. Volgens de Engelse Wikipedia paait hij in de noordwestelijke tropische Atlantische Oceaan in juni en juli, in de Golf van Guinee in januari en februari — het enige bekende kraamkamergebied van de Atlantische Oceaan.

Voor vissers in de Middellandse Zee betekent dat: een tonijn die daar aan de haak slaat, is geen grootoogtonijn — maar bijvoorbeeld een blauwvintonijn of een witte tonijn, waaraan deze reeks elk een eigen groep wijdt. Wie een grootoogtonijn wil vangen, moet naar de Atlantische Oceaan of verder. De Franse Wikipedia vertelt dat zwaardvisvissers voor de oostkust van de VS hem soms mee aan de lijn hebben — en dat kapiteins hem waarderen om zijn hoge waarde. De Russische Wikipedia noemt hem een populair doelwit van de sportvisserij, de Nederlandse schrijft daarentegen dat hengelaars er weinig op jagen.

Drijvende objecten, scholen en het addertje onder het gras

Normaal stijgt hij ’s nachts op en daalt hij overdag af. Volgens de Engelse Wikipedia verandert dat zodra hij zich ophoudt bij onderzeese bergen, boeien of visaggregatieapparaten (FAD’s, verankerde of drijvende vlotten waaronder vissen zich verzamelen): dan blijft hij aan het oppervlak, over periodes van ongeveer 10 tot 30 dagen. De visserij maakt daar gebruik van: in de westelijke en centrale Stille Oceaan komt volgens de Engelse Wikipedia zo’n 27 % van alle tonijnvangsten van ringzegenschepen van zulke FAD’s. Volgens de Duitse Wikipedia treft dat vooral de jonge vissen, die met de scholen van de andere tonijnen onder het drijfgoed staan; volwassen grootoogtonijnen zouden zich daardoor veel minder laten aantrekken. De Russische Wikipedia: het overgrote deel van de ringzegenvangst bestaat uit onvolwassen vissen onder 10 kg; de grote boven 30 kg komen van de beug.

En op het bord? FishBase: het vlees wordt zeer gewaardeerd en in Japan tot sashimi verwerkt. Volgens de Japanse Wikipedia is het rood en zacht, met minder vette “toro” dan bij de blauwvintonijn, en is het vooral in voorjaar en zomer gewild, wanneer de blauwvintonijn als minder smakelijk geldt. Twee bronnen waarschuwen: volgens de Russische Wikipedia stapelt hij meer kwik op dan geelvin-, skipjack- en witte tonijn; het Japanse ministerie van Volksgezondheid raadt volgens de Japanse Wikipedia zwangere vrouwen aan er hooguit ongeveer 80 gram per week van te eten.

Acht tegenstrijdigheden, onopgelost gelaten

  • Hoe diep gaat hij? FishBase: 0 tot 1500 m, meestal 0 tot 500 m. De Zweedse Wikipedia: tot 1900 m, meestal 500 m. De Finse: lange tijd dieper dan 500 m. De Engelse: overdag 300 tot 500 m. De Russische: van het oppervlak tot 300 m. De Italiaanse, Nederlandse en Noorse: 0 tot 250 m.
  • Daalt hij overdag of ’s nachts af? De Engelse Wikipedia: hij daalt bij zonsopgang af en stijgt bij schemering op; de Japanse: overdag diep, ’s nachts aan het oppervlak. De Sloveense Wikipedia: satellietgegevens zouden tonen dat hij vooral ’s nachts afdaalt — omdat zijn prooi zich ’s nachts in de diepte terugtrekt.
  • Hoe groot wordt hij? FishBase en bijna alle Wikipedia’s: 250 cm. De Noorse Wikipedia: 127 cm maximale lengte. Bij het gewicht: FishBase en de Duitse, Italiaanse, Spaanse, Portugese, Russische en Japanse Wikipedia 210 kg; de Engelse: “vermoedelijk meer dan 180 kg”, met 178 kg als hengelrecord.
  • Hoe oud wordt hij? De Duitse Wikipedia: 5 tot 7 jaar, volgens sommige bronnen 11. De Italiaanse, Portugese en Nederlandse: 11. De Sloveense: 10 tot 12. De Engelse: 16. FishBase en de Zweedse: 17. De Russische: 16 in de westelijke Stille Oceaan, 8 in de Indische Oceaan, 9 in de Atlantische Oceaan.
  • Wanneer is hij geslachtsrijp? De Engelse Wikipedia: op 2 tot 4 jaar, bij 135 cm in de oostelijke en 102 tot 105 cm in de westelijke Stille Oceaan. De Russische: in het tweede of derde levensjaar. De Duitse: op 3 tot 4. De Sloveense: in het vijfde levensjaar.
  • Hoe vaak paait hij? FishBase: elke een tot twee dagen, over meerdere maanden, rond volle maan, in de tropen het hele jaar. De Russische Wikipedia: in porties, met tussenpozen van tot een maand, 1,5 tot 9 miljoen eieren. De Nederlandse: twee keer per jaar, 2,9 tot 6,3 miljoen eieren.
  • Hoe bedreigd is hij? FishBase: “kwetsbaar” (Vulnerable), beoordeeld op 15 januari 2021; de Japanse Wikipedia: zo ingedeeld sinds 1994. De Duitse: in de Stille Oceaan “massaal overbevist en met uitsterven bedreigd”; de Finse: in groot gevaar uit te sterven. De Engelse maakt onderscheid: overbevist in de westelijke, centrale en oostelijke Stille Oceaan, daar dicht bij in de Atlantische Oceaan, niet overbevist in de Indische Oceaan. De Russische: de commissie voor de Indische Oceaan schat het bestand daar als stabiel in.
  • Is hij geschikt voor blik? FishBase: hoofdzakelijk als conserven of diepgevroren op de markt gebracht. De Duitse Wikipedia: in Zuid-Amerika zouden jonge grootoogtonijnen tot tonijn in blik worden verwerkt. De Russische Wikipedia: zijn lichtgrijze vlees zou hem ongeschikt maken voor conserven.

Vijf namen die naar de verkeerde vis leiden

  • “Obesus” — de dikke? *Obesus* betekent in het Latijn “vet”, en de namen in het Italiaans (tonno obeso) en Frans (thon obèse, ook thon ventru, “dikbuikig”) nemen dat over. Volgens de Italiaanse Wikipedia slaat de naam echter op de tonvorm van het lichaam. En vet? De Duitse Wikipedia noemt zijn vlees zeer vetrijk, de Japanse zegt dat hij minder vette “toro” heeft dan de blauwvintonijn.
  • “Albacora”. De Portugese Wikipedia en GBIF voeren de grootoogtonijn onder meer als albacora, GBIF ook als alvacora en albacora-bandolim. Albacore heet in het Engels echter de witte tonijn (*Thunnus alalunga*), waaraan deze reeks een eigen groep wijdt. Eenduidig zijn patudo en atum-patudo.
  • “Ahi”. Op Hawaï heet hij volgens de Finse Wikipedia ahi — zo heet daar echter ook de geelvintonijn, waaraan deze reeks eveneens een eigen groep wijdt. Wie op Hawaï “ahi” bestelt, weet dus niet zeker welke tonijn hij krijgt.
  • “Atún” en “Atum”. GBIF voert hem in het Spaans ook gewoon als atún, in het Portugees als atum — dus onder het woord voor tonijn in het algemeen. Eenduidig zijn patudo, atún ojo grande en atún de ojos grandes.
  • “ダルマ” en de jonge geelvinnen. In Japan heten jonge grootoogtonijnen volgens de Japanse Wikipedia op veel plaatsen ダルマ (daruma); regionaal heet hij ook バチ (bachi), メブト (mebuto) of シビ (shibi). Het probleem zijn minder de namen dan de jonge vissen zelf: ze lijken op jonge geelvintonijnen en zwemmen met hen in dezelfde school.

Blijft de vraag waarmee elk artikel in deze reeks begint: wanneer. Diepte, prooi en jachtwijze staan hierboven, en die liggen vast. Wat elke dag verandert, is al het andere — en juist daar wordt beslist of een dag op het water de moeite waard is. Dat berekent StrikeAhead: het neemt de omstandigheden op jouw water en vertelt je wanneer de tocht de moeite waard is. En omdat je spronglaag, drijfgoed en blauw water niet vanaf de eerste dag kunt lezen, vertelt StrikeAhead Pathfinder je met wie je uitvaart: geselecteerde gidsen en schippers, vóór de vermelding persoonlijk gecontroleerd — vergunning en verzekering —, met geverifieerde vangsten in plaats van reclamefoto’s, zonder betaalde ranking en voor jou als visser zonder bemiddelingskosten.

Vis op het juiste moment →